Mag je ChatGPT gebruiken voor je scriptie? (2026)

Er bestaat geen landelijk verbod en geen landelijke toestemming. Elke Nederlandse opleiding bepaalt zelf of en hoe je AI mag gebruiken, en legt dat vast in het OER of de scriptiehandleiding. De regel die voor jou geldt staat dus op papier bij je eigen opleiding — en verschilt soms tussen twee opleidingen van dezelfde hogeschool.

Waarom is er geen landelijke regel?

Omdat de wetgever de inhoudelijke inrichting van het onderwijs bij de instellingen laat. De WHW schrijft in artikel 7.13 voor dat elke opleiding een onderwijs- en examenregeling heeft waarin de inhoud, de procedures en de rechten en plichten van studenten en examinatoren zijn vastgelegd. Wat wel en niet als eigen werk telt, hoort daarbij.

Het gevolg is dat je bij een medestudent van een andere faculteit een ander antwoord krijgt dan bij jezelf geldt, en dat allebei die antwoorden kloppen. Elke website die je vertelt dat “het in Nederland mag” of “in Nederland niet mag” — deze inbegrepen — kan je alleen vertellen waar je moet kijken.

Waar staat de regel die voor jou geldt?

In deze volgorde, waarbij de onderste wint als er verschil is:

  1. De scriptiehandleiding van je opleiding. Zoek op “AI”, “kunstmatige intelligentie”, “generatieve AI” of “ChatGPT”. Steeds meer handleidingen hebben er inmiddels een eigen paragraaf over.
  2. Het OER. Formeler en algemener, met de bepalingen over fraude en plagiaat waaronder AI-gebruik vaak wordt geschaard.
  3. De opdrachtomschrijving of het beoordelingsformulier. Soms staat er per opdracht iets anders dan in het algemene reglement.
  4. Je begeleider, per e-mail. Als de documenten zwijgen of elkaar tegenspreken, is dit de enige bindende bron. Vraag het schriftelijk, zodat je het antwoord kunt laten zien.

Die laatste stap is geen formaliteit. Een begeleider die vooraf weet hoe jij werkt, reageert totaal anders dan een begeleider die er tijdens de beoordeling achter komt.

Een student legt iets uit aan de scriptiebegeleider met een open laptop tussen hen in
Vraag het vooraf en per e-mail. Achteraf uitleggen is een heel ander gesprek.

Wat mag meestal wel?

De meeste Nederlandse regelingen die iets over AI zeggen, trekken de grens rond dezelfde vraag: blijft het denkwerk van jou? Onder die lijn valt doorgaans:

  • Taal en formulering verbeteren van tekst die je zelf hebt geschreven. Voor studenten die in het Engels schrijven of die met dyslexie werken, is dit vaak expliciet toegestaan.
  • Structuur bespreken. Vragen of je deelvragen logisch aansluiten op je hoofdvraag, of je hoofdstukindeling klopt, of je argument een gat heeft.
  • Iets laten uitleggen wat je niet begrijpt: een statistische toets, een theoretisch begrip, een methode uit een artikel dat je hebt gelezen.
  • Samenvatten van teksten die je zelf hebt aangeleverd, als hulpmiddel bij je eigen begrip.
  • Brainstormen over een onderwerp of afbakening, voordat je het aan je begeleider voorlegt.

In al deze gevallen leverde jij de inhoud en hielp het model met de vorm of met je eigen begrip. Dat is doorgaans niet waar reglementen zich tegen richten.

Wat mag vrijwel nergens?

  • Hele passages laten schrijven en als eigen werk inleveren. Dit is de kern van vrijwel elke fraudebepaling, ongeacht hoe het gereedschap heet.
  • Resultaten of data laten genereren. Een verzonnen tabel is geen slordigheid maar een integriteitskwestie, en het is de fout waar geen enkele opleiding coulant in is.
  • Bronnen overnemen die je niet hebt geopend. Daarover hieronder meer, want dit is de fout die in de praktijk het vaakst wordt betrapt.
  • Vertrouwelijke gegevens uploaden. Werk je met persoonsgegevens, bedrijfsgegevens of onderzoeksdata van een opdrachtgever, dan gelden er aparte afspraken — vaak vastgelegd in je toestemmingsverklaring of in de goedkeuring van de ethische commissie.

De ene fout die je scriptie echt kan kosten

Verzonnen bronnen. Een taalmodel dat om literatuur wordt gevraagd, produceert vlot lopende alinea’s met verwijzingen in keurig auteur-jaartalformaat naar artikelen die niet bestaan. Ze zijn niet van echte verwijzingen te onderscheiden totdat iemand ze opzoekt.

Nederlandse begeleiders controleren dit inmiddels routinematig, en het kost ze seconden. Een theoretisch kader met vier onvindbare bronnen is erger dan een theoretisch kader met minder bronnen, omdat het een vraagteken zet bij alles wat je wél zelf hebt geschreven.

De regel die dit onmogelijk maakt in plaats van onwaarschijnlijk: neem nooit een bron over die je niet zelf hebt geopend. Twijfel je? Zoek hem op via de DOI, want dat controleert zichzelf. Hoe je de verwijzing daarna correct opmaakt staat in de gids over APA 7-bronvermelding.

Twee bronvermeldingen omcirkeld in rood met een vraagteken in de kantlijn naast een zoekresultatenpagina
Een bron die niet bestaat, wordt gevonden door hem op te zoeken. Dat kost je begeleider seconden.

Moet je AI-gebruik vermelden?

Steeds meer opleidingen vragen erom, in de vorm van een korte verantwoording of een verklaring bij de inlevering. Kijk of je handleiding een voorgeschreven formulering heeft en gebruik die dan letterlijk.

Staat er niets? Vermeld het dan alsnog kort, bijvoorbeeld in je voorwoord of in je verantwoording. Twee of drie zinnen volstaan: welk gereedschap, waarvoor, en wat je zelf hebt gedaan. Iets als: “Voor het redigeren van de lopende tekst is gebruikgemaakt van een AI-schrijfhulp. Onderzoeksopzet, dataverzameling, analyse en conclusies zijn door de auteur uitgevoerd, en alle geciteerde bronnen zijn door de auteur zelf geraadpleegd.”

Uit eigen beweging vermelden is vrijwel altijd veiliger dan erop bevraagd worden. Het kost je niets als het toegestaan is, en het is je enige verdediging als er discussie ontstaat.

En de plagiaatcontrole dan?

Hier worden twee dingen door elkaar gehaald die los van elkaar staan.

Plagiaatcontrole vergelijkt je tekst met bestaande teksten. Tekst die jij hebt geschreven over je eigen data heeft weinig om mee overeen te komen, en gedraagt zich dus als elke andere originele tekst. Wat een score omhoog jaagt is het parafraseren van andermans werk zonder bronvermelding — een citatieprobleem, geen AI-probleem.

AI-detectie is een aparte functie met een eigen betrouwbaarheidsvraag, en Nederlandse opleidingen verschillen sterk in of ze die gebruiken en hoeveel gewicht ze eraan geven. Beide meetinstrumenten zeggen bovendien niets over de vraag die er echt toe doet: kun je verantwoorden wat er staat?

Hoe blijf je aan de goede kant van de lijn?

  1. Lees je scriptiehandleiding op dit punt vóór je begint, niet in de week van de deadline.
  2. Vraag je begeleider concreet. Niet “mag ik AI gebruiken”, maar “mag ik een schrijfhulp gebruiken om mijn eigen aantekeningen tot lopende tekst te maken, en wilt u dat ik dat vermeld?”
  3. Verzamel je bronnen zelf en lees ze. Dat ene gewoontepatroon sluit de grootste risicobron volledig af.
  4. Laat nooit een cijfer, tabel of bevinding genereren. Die komen uit je eigen onderzoek en nergens anders vandaan.
  5. Schrijf de verantwoording meteen, zolang je nog weet waar je het waarvoor hebt ingezet.

Wie zich aan die vijf houdt, doet in feite hetzelfde als een student die een spellingcontrole en een referentiemanager gebruikt: het denkwerk blijft van jou. Hoe je dat praktisch inricht per hoofdstuk staat in het artikel over scriptie schrijven met AI.

Schrijf sneller zonder dat het jouw werk ophoudt te zijn

Tesify werkt met jouw onderwerp, jouw bronnen en jouw data, houdt elke bronvermelding gekoppeld aan wat je zelf hebt geopend en laat elke inhoudelijke keuze bij jou. Meer dan 9.000 studenten gebruikten Tesify voor ruim 15.000 hoofdstukken, en 100 procent van de tekst schrijf je zelf.

Begin je hoofdstuk in Tesify

Veelgestelde vragen

Mag je ChatGPT gebruiken voor je scriptie?

Dat bepaalt je opleiding, niet de wetgever. Kijk in het OER en de scriptiehandleiding, en vraag het schriftelijk aan je begeleider als het er niet in staat.

Is er een landelijke regel voor AI in het hoger onderwijs?

Nee. De WHW laat de inrichting van het onderwijs aan de instellingen en schrijft alleen voor dat elke opleiding een onderwijs- en examenregeling heeft waarin dit soort bepalingen thuishoort.

Moet ik AI-gebruik vermelden?

Als je handleiding erom vraagt: ja, en gebruik dan de voorgeschreven formulering. Zegt de handleiding niets, vermeld het dan alsnog in twee of drie zinnen. Dat is vrijwel altijd veiliger dan zwijgen.

Merkt mijn begeleider het?

Meestal aan de inhoud en niet aan de stijl: bronnen die niet vindbaar zijn, een methodologische keuze die je niet kunt uitleggen, of een register dat afwijkt van je eerdere inleveringen. Wie met eigen bronnen en eigen data werkt, heeft geen van die drie kenmerken.

Mag ik AI gebruiken om mijn Engels te verbeteren?

Bij veel opleidingen wel, en sommige noemen dat expliciet als toegestane toepassing. Het blijft je eigen tekst; alleen de formulering verandert. Controleer het toch in je handleiding.

Mag ik AI mijn literatuur laten zoeken?

Zoeken kan een startpunt zijn, overnemen niet. Open elke bron zelf en controleer of hij bestaat en zegt wat je denkt dat hij zegt, voordat je ernaar verwijst.

Wat als mijn opleiding AI helemaal verbiedt?

Dan gebruik je het niet. Vraag wel of spellingcontrole en referentiemanagers nog zijn toegestaan, want veel regelingen die generatief schrijven verbieden hebben daar geen bezwaar tegen.

Kan ik mijn scriptiegegevens veilig uploaden?

Lees de privacyvoorwaarden voordat je ongepubliceerd werk of onderzoeksdata uploadt, en controleer of je ethische goedkeuring of je afspraken met een opdrachtgever beperkingen stellen aan waar data mag staan.

Verandert dit iets aan de omvang die van me wordt verwacht?

Nee. De eisen aan omvang komen uit je scriptiehandleiding en staan los van hoe je schrijft; wat daar precies geldt staat in het artikel over hoeveel woorden een bachelorscriptie moet zijn.

Wat als ik het al gebruikt heb en het blijkt niet te mogen?

Meld het bij je begeleider voordat je inlevert. Zelf melden en herstellen is een fundamenteel andere situatie dan achteraf betrapt worden, en begeleiders behandelen die twee ook heel verschillend.