Wetten en jurisprudentie citeren in je scriptie: APA 7 en de juridische conventie (2026)

Een wet is geen boek en een uitspraak is geen artikel. Dat klinkt vanzelfsprekend, en toch is dat precies waar het misgaat: studenten proberen een wetsartikel door hun referentiemanager te halen, krijgen iets met een auteur en een uitgever, en leveren dat zo in.

Juridische bronnen hebben eigen verwijsregels, en die regels bestaan om één reden: een lezer moet exact dezelfde tekst kunnen terugvinden als jij zag. Bij een wet is dat lastiger dan het lijkt, want de tekst verandert.

Hieronder staat per soort bron wat je noteert, met de anatomie van de ECLI, de versiedatum-val, en de oplossing die juridische tijdschriften zelf gebruiken. Zoek je wáár je deze bronnen vindt, dan staat dat in de vergelijking van juridische bronnen voor je rechtenscriptie.

Eerst: welke stijl geldt voor jou?

Er lopen in Nederland twee conventies naast elkaar, en de keuze is niet aan jou.

  • Wo-rechtenfaculteiten werken doorgaans met de juridische verwijsstijl. De bekendste is de Leidraad voor juridische auteurs. Die wordt periodiek herzien, dus controleer in je scriptiehandleiding of bij je faculteitsbibliotheek welke editie voor jou geldt.
  • Hbo-opleidingen zoals HBO-Rechten en Sociaal-Juridische Dienstverlening werken meestal gewoon in APA 7, waarbij juridische bronnen als een apart soort worden behandeld.
  • Niet-juridische opleidingen die toevallig één wet aanhalen — een pedagogiekscriptie die de leerplicht noemt, een verpleegkundescriptie die de WMO noemt — blijven in APA 7 en volgen de regels hieronder.

Wat in beide gevallen geldt: je scriptiehandleiding staat boven elke online gids, inclusief deze. Werk je in APA, dan is de complete gids voor APA 7-bronvermelding je uitgangspunt.

De versiedatum-val

Dit is de fout die bijna niemand ziet aankomen. Een wet is geen vast document: hij wordt gewijzigd, en wetten.overheid.nl toont je standaard een specifieke geldigheidsperiode.

Open bijvoorbeeld het Wetboek van Strafrecht via zijn permanente identificatie op wetten.overheid.nl en je ziet boven de tekst staan welke versie je leest, met een zin in deze vorm: “Geraadpleegd op [datum]. Gebruikte datum ‘geldig op’ [datum]. Geldend van [datum] t/m [datum].” Dat laatste veld is de clou: de versie die je vandaag leest kan over een half jaar zijn vervangen, en dan klopt jouw citaat niet meer bij wat de lezer aantreft.

Laptopscherm met een wettekst waarin een geldigheidsperiode is aangestreept
De regel boven de wettekst vertelt je welke versie je leest. Neem die datum over in je verwijzing.

Twee dingen lossen dit op. Noteer de geldigheidsdatum van de versie die je hebt gebruikt, en gebruik de permanente link die wetten.overheid.nl zelf aanbiedt in plaats van de URL uit je adresbalk. Elke regeling heeft daar een eigen vaste identificatie (een code in de vorm BWBR gevolgd door zeven cijfers) die niet verandert als de tekst wordt gewijzigd.

Dat is ook het antwoord op de vraag of je een jaartal bij een wet zet: niet het jaar waarin de wet ooit is aangenomen, maar de versie die jij hebt geraadpleegd.

Een wetsartikel in de lopende tekst

In de lopende tekst verwijs je naar een wetsartikel met de verkorte vorm: het woord “art.”, het artikelnummer, en de gangbare afkorting van de regeling. Je zet er géén auteur-jaartalverwijzing achter, ook niet als je verder in APA schrijft.

Regeling Afkorting Voorbeeld in de tekst
Burgerlijk Wetboek BW art. 6:162 BW
Wetboek van Strafrecht Sr art. 300 Sr
Wetboek van Strafvordering Sv art. 27 Sv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Rv art. 150 Rv
Algemene wet bestuursrecht Awb art. 8:1 Awb
Grondwet Gw art. 1 Gw
Auteurswet Auteurswet art. 15a Auteurswet
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens EVRM art. 8 EVRM

Let op de schrijfwijze bij het BW: 6:162 betekent boek 6, artikel 162. Verwijs je naar een specifiek lid, dan schrijf je dat erachter: “art. 6:162 lid 1 BW”. Gebruik de afkorting die je regeling zelf voert; een zelfbedachte afkorting voor een minder bekende wet is verwarrender dan de volledige naam uitschrijven bij eerste gebruik.

Een uitspraak: de anatomie van de ECLI

Sinds 28 juni 2013 is het Landelijk Jurisprudentienummer (LJN) vervangen door de European Case Law Identifier, de ECLI. Dat is een Europese standaard voor het uniek nummeren van rechterlijke uitspraken, eind 2010 vastgesteld door de Raad van Ministers van de Europese Unie, en in elk land dat hem gebruikt op dezelfde manier opgebouwd.

De opbouw is altijd: ECLI:landcode:gerechtscode:jaar:nummer — vijf elementen, gescheiden door dubbele punten.

Element Wat het is
ECLI Vaste aanduiding, in elk land hetzelfde en nooit vertaald
Landcode Het land van herkomst; Nederlandse uitspraken hebben NL
Gerechtscode Het gerecht dat de uitspraak deed; elke lidstaat stelt de eigen codes vast
Jaar Het jaar waarin de uitspraak is gedáán, in vier cijfers — niet het jaar waarin de zaak werd aangebracht
Nummer Maakt de ECLI uniek: ofwel het oude LJN (twee letters plus vier cijfers), ofwel een oplopend volgnummer van alleen cijfers, zonder voorloopnullen

Drie regels die je vaak fout ziet gaan: er mag geen enkel element worden weggelaten, er mogen geen spaties in staan, en hoewel een ECLI niet hoofdlettergevoelig is, schrijf je hem bij voorkeur volledig in hoofdletters.

De gerechtscodes van de instanties die je in een scriptie het vaakst tegenkomt:

Code Instantie
HR Hoge Raad
PHR Parket bij de Hoge Raad (conclusie van de advocaat-generaal)
RVS Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak)
CRVB Centrale Raad van Beroep
CBB College van Beroep voor het bedrijfsleven
GHAMS / GHARL / GHDHA / GHSHE De vier gerechtshoven: Amsterdam, Arnhem-Leeuwarden, Den Haag, ’s-Hertogenbosch
RBAMS en vergelijkbare Rechtbanken, met RB gevolgd door een plaatsafkorting

Kom je een code tegen die je niet kent, bijvoorbeeld GHARN of RBALK, dan gaat het vermoedelijk om een instantie die bij de Herziening Gerechtelijke Kaart is opgeheven. Dat is geen fout in je bron: oudere uitspraken dragen die codes gewoon. Schrijf ze over zoals ze er staan en verzin er geen moderne variant bij.

In de lopende tekst noem je naast de ECLI het gerecht en de datum, zodat de lezer zonder te klikken weet waar hij naar kijkt: “de Hoge Raad oordeelde op [datum] (ECLI:NL:HR:[jaar]:[nummer]) dat…”. Vermeld je een uitspraak die in een tijdschrift met annotatie is verschenen, neem dan ook die vindplaats op, want daar staat de commentaar waar je waarschijnlijk op leunt.

Kamerstukken, Staatsblad en Europese regelgeving

Parlementaire stukken en publicatiebladen hebben hun eigen vaste aanduidingen, die je overneemt zoals ze op de officiële bekendmaking staan.

  • Kamerstukken worden aangeduid met de kamer, het vergaderjaar, het dossiernummer en het ondernummer. Het vergaderjaar staat er altijd bij, want dossiernummers lopen over jaren door.
  • Stb. is het Staatsblad, waarin wetten en algemene maatregelen van bestuur worden gepubliceerd; Stcrt. is de Staatscourant, voor ministeriële regelingen en bekendmakingen; Trb. is het Tractatenblad, voor verdragen.
  • Europese regelgeving krijgt haar officiële aanduiding (verordening of richtlijn, met nummer en jaar) plus de vindplaats in het Publicatieblad. Verwijs je naar één bepaling, dan noem je het artikel zoals bij een Nederlandse wet.

Al deze stukken vind je op de officiële bekendmakingensite van de overheid. Gebruik die versie en niet een kopie op een nieuwssite of een blog, want alleen de officiële publicatie is de vindplaats waar je lezer terechtkomt.

Twee gescheiden lijsten op papier, een voor literatuur en een voor wetgeving en rechtspraak
Twee lijsten in plaats van één. Het is de indeling die juridische tijdschriften zelf ook hanteren.

De tweelijstenoplossing

Je referentiemanager gaat je hier niet redden. Zotero en Mendeley kennen geen veld voor een dossiernummer of een ECLI en zullen je verwijzing stelselmatig verminken. De praktische oplossing is dezelfde die juridische tijdschriften hanteren: twee lijsten.

  1. Literatuurlijst — boeken, artikelen, rapporten. Hier doet je referentiemanager gewoon zijn werk; wat die wel en niet oplost staat in het artikel over een bronnenlijst automatisch bijhouden en in de vergelijking van Zotero en Mendeley.
  2. Lijst van wetgeving en rechtspraak — handmatig bijgehouden, doorgaans onderverdeeld in regelgeving, parlementaire stukken en jurisprudentie, elk in een logische volgorde (chronologisch, of per instantie).

Begin die tweede lijst op je eerste onderzoeksdag en vul hem bij elke bron aan, inclusief de versiedatum. Achteraf reconstrueren welke versie van een wet je in maart hebt gelezen, lukt niet.

Je verwijzingen kloppen terwijl je schrijft

Tesify houdt je bronnen bij terwijl je aan je hoofdstukken werkt en houdt juridische bronnen apart van je literatuur, zodat je aan het eind geen avond kwijt bent aan het terugzoeken van vindplaatsen. Meer dan 9.000 studenten gebruikten Tesify voor ruim 15.000 hoofdstukken, en je schrijft elke zin nog steeds zelf.

Begin je hoofdstuk in Tesify

De zes fouten

  • Een wet door je referentiemanager halen. Je krijgt een verzonnen auteur en uitgever en een verwijzing die nergens op slaat.
  • De URL uit je adresbalk plakken. Gebruik de permanente link, anders wijst je verwijzing naar een zoekresultaat of een verlopen sessie.
  • De versiedatum weglaten. Zonder die datum kan je lezer niet vaststellen welke tekst jij hebt gelezen.
  • Een ECLI met spaties of zonder het jaar. Dan is het geen geldige identificatie meer en komt niemand bij je uitspraak.
  • Alleen de ECLI noemen zonder gerecht en datum. Technisch vindbaar, maar je lezer moet klikken om te snappen waarover je het hebt.
  • Een uitspraak citeren uit een nieuwsbericht. Ga naar de uitspraak zelf; een samenvatting in de krant is niet de bron waarnaar je verwijst.

Over dat laatste: welk werkwoord je gebruikt als je een uitspraak weergeeft, doet er ook toe. “De Hoge Raad oordeelde” is iets anders dan “de Hoge Raad suggereerde”, en daar wordt op gelet — zie de vergelijking van refereerwerkwoorden bij een bronvermelding.

Veelgestelde vragen

Hoe verwijs ik naar een wetsartikel in APA?

In de lopende tekst met de verkorte juridische vorm (bijvoorbeeld art. 6:162 BW), zonder auteur-jaartalverwijzing. In je bronnenlijst neem je de regeling op met de permanente link van wetten.overheid.nl en de geldigheidsdatum van de versie die je hebt gebruikt. Controleer wel wat je eigen scriptiehandleiding hierover zegt, want dit is precies het punt waarop opleidingen verschillen.

Waar staat ECLI voor?

European Case Law Identifier: een Europese standaard voor het uniek nummeren van rechterlijke uitspraken, eind 2010 vastgesteld door de Raad van Ministers van de EU en in Nederland sinds 28 juni 2013 in gebruik, als opvolger van het LJN.

Mag ik een ECLI met kleine letters schrijven?

Een ECLI is niet hoofdlettergevoelig, maar de voorkeur is volledig in hoofdletters. Spaties zijn nooit toegestaan en er mag geen enkel element worden weggelaten.

Wat doe ik met een oude uitspraak die alleen een LJN heeft?

Sinds 2013 hebben ook oudere uitspraken een ECLI gekregen, waarbij het oude LJN vaak als nummerdeel is overgenomen. Zoek de ECLI op en gebruik die; noem het LJN alleen als je bron er uitsluitend naar verwijst.

Welk jaartal hoort bij een wet?

De versie die jij hebt geraadpleegd, niet het jaar waarin de wet oorspronkelijk is aangenomen. Wetten worden gewijzigd, dus de geldigheidsdatum van de versie is de informatie waar je lezer iets aan heeft.

Moet ik wetgeving in mijn literatuurlijst opnemen?

In een juridische scriptie zet je wetgeving en rechtspraak in een aparte lijst, los van de literatuur. Bij een niet-juridische scriptie met één of twee wetten kan het in je gewone bronnenlijst, mits het duidelijk herkenbaar is als regelgeving.

Hoe verwijs ik naar een Europese richtlijn?

Met de officiële aanduiding van de richtlijn inclusief nummer en jaar, plus de vindplaats in het Publicatieblad van de Europese Unie. Verwijs je naar één bepaling, dan noem je het artikel zoals je dat bij een Nederlandse wet zou doen.

Kan Zotero of Mendeley juridische bronnen aan?

Niet goed. Er is geen veld voor een dossiernummer of een ECLI, dus de uitvoer klopt zelden. Houd je lijst van wetgeving en rechtspraak met de hand bij en gebruik je referentiemanager alleen voor de literatuurhelft.

Mag ik naar een wettekst op een andere website verwijzen?

Doe dat niet. Alleen de officiële publicatie van de overheid is de vindplaats waar je lezer dezelfde tekst aantreft; kopieën elders lopen achter of missen wijzigingen.