Dak- en thuisloze mensen als doelgroep van je sociaalwerkscriptie: CBS-cijfers, afbakening en toegang (2026)

Op 1 januari 2024 waren er volgens het CBS ongeveer 33 duizend dakloze mensen van 18 tot 65 jaar in Nederland: 9,4 duizend die in registers zijn terug te vinden en een geschatte 23,6 duizend die daar niet in staan (betrouwbaarheidsinterval 30,1 tot 37,3 duizend). Voor een sociaalwerkscriptie betekent dat twee dingen: je moet je doelgroep scherp afbakenen (wie telt als dakloos, wie niet) en je moet weten dat een groot deel van de groep via instellingen niet te bereiken is.

Hoeveel dak- en thuisloze mensen zijn er, volgens het CBS?

Het CBS telt mensen als dakloos die buiten, in een auto, kraakpand of vakantiewoning slapen en mensen die de noodopvang bezoeken. Ook mensen zonder eigen onderdak die tijdelijk bij familie, vrienden of kennissen verblijven, tellen mee, en mensen in tijdelijke opvang als het verblijf van korte duur is. De cijfers hieronder gaan over mensen van 18 tot 65 jaar. Het aantal dat in registers voorkomt en de bijschatting voor wie daar niet in staat, worden apart gepubliceerd, met een 95-procentsbetrouwbaarheidsinterval rond het totaal.

Peildatum Uit registers (x 1.000) Bijschatting (x 1.000) Betrouwbaarheidsinterval totaal (x 1.000)
2020 9 27,4 33 – 41,2
2021 9,8 22,2 29,4 – 35,6
2022 8,7 17,9 24,3 – 29,7
2023 8,8 21,8 27,8 – 34,9
2024 9,4 23,6 30,1 – 37,3

Bron: CBS (2025), “33 duizend mensen dakloos begin 2024”. Voor 2019 zijn er geen cijfers beschikbaar omdat een van de bronnen ontbrak. Het totaal daalde tot 2022 en steeg daarna weer; het CBS meldt voor 2024 een totaal van ongeveer 33 duizend. Bij een scriptie citeer je altijd de tabel en het betrouwbaarheidsinterval, niet alleen het gemiddelde.

Wie zijn het? De samenstelling van de groep in 2024

Het CBS meldt dat de samenstelling naar geslacht en leeftijd door de jaren heen nauwelijks is veranderd. Ook in 2024 was het merendeel man (83 procent). Van de dakloze mensen was 20 procent tussen 18 en 27 jaar, 61 procent tussen 27 en 50 jaar en 20 procent tussen 50 en 65 jaar. Bijna de helft is geboren in een ander land dan Nederland: 9 procent in een ander Europees land en 37 procent buiten Europa. Ongeveer 33 procent is zelf in Nederland geboren, met ouders die ook in Nederland zijn geboren; 3 procent is in Nederland geboren met ouder(s) uit Europa en 18 procent met ouder(s) van buiten Europa.

Herkomst (2024) Aandeel dakloze mensen
Geboren in Nederland, beide ouders in Nederland geboren 33 procent
Geboren in Nederland, ouder(s) in Europa geboren 3 procent
Geboren in Nederland, ouder(s) buiten Europa geboren 18 procent
Geboren in Europa (zonder Nederland) 9 procent
Geboren buiten Europa 37 procent

Ook de regionale spreiding is relevant voor je steekproef. In 2024 verbleef 68 procent van de dakloze mensen in een gemeente buiten de vier grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht); 32 procent verbleef in de G4. In de G4 had 70 procent van de dakloze mensen een herkomst buiten Europa (45 procent zelf geboren buiten Europa, 25 procent met ouder(s) van buiten Europa), buiten de G4 was dat 48 procent. Dat betekent dat een scriptie die alleen in Amsterdam wordt uitgevoerd, een andere samenstelling zal vinden dan een scriptie in een kleinere gemeente.

Waarom is de afbakening zo belangrijk?

De term “dak- en thuisloos” is breder dan veel studenten denken. Het Nederlands Jeugdinstituut omschrijft dak- of thuisloosheid als het gebrek aan een volwaardige huisvesting en noemt de Europese ETHOS-classificatie (European Typology of Homelessness and Housing Exclusion), die in Europa wordt gebruikt om dak- of thuisloze mensen in kaart te brengen. Die classificatie omvat acht groepen: mensen die in de openbare ruimte leven, in de noodopvang, in tijdelijke opvang, mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting, mensen die langer in een instelling verblijven door gebrek aan passende vervolghuisvesting, mensen in niet-conventionele woonruimten zoals een auto of kraakpand, mensen die tijdelijk bij familie, vrienden of derden verblijven en mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting.

Het CBS hanteert een eigen definitie voor zijn telling en meet dus niet precies hetzelfde als de ETHOS-classificatie. Dat is geen probleem zolang je in je scriptie expliciet maakt welke definitie je volgt en waarom. Schrijf in je theoretisch kader een alinea met je definitie, benoem welke groepen je meeneemt en welke niet, en koppel dat aan je hoofdvraag. Een scriptie die zowel “dakloze jongeren in de opvang” als “mensen die bij vrienden slapen” onderzoekt, vraagt om twee verschillende manieren van werven en rapporteren.

Sociaal werker praat met een cliënt in een inloophuis aan een tafel
Dakloosheid kent veel vormen, van de straat tot bij vrienden op de bank: bepaal welke vorm jouw onderzoek omvat.

Wat kun je met deze cijfers in een scriptie?

De cijfers zijn vooral geschikt voor je probleemstelling en context, minder voor je steekproef. Enkele illustratieve onderzoeksvragen (verzonnen, ter inspiratie):

  • Context en probleemstelling: “In hoeverre sluit het aanbod van een inloophuis in een middelgrote gemeente aan bij de samenstelling van de dakloze doelgroep in die regio?” Je gebruikt dan de CBS-cijfers voor het landelijke beeld en vergelijkt dat met de gemeentelijke registratie. Hoe je zo’n vraag opbouwt, staat in het stappenplan voor probleemstelling en deelvragen.
  • Ervaringsonderzoek: “Hoe ervaren dakloze jongvolwassenen de overgang van de noodopvang naar zelfstandig wonen?” De CBS-cijfers over leeftijd (20 procent van de groep is 18 tot 27) geven context voor de keuze van deze doelgroep.
  • Professionals: “Welke knelpunten ervaren sociaal werkers bij het vinden van vervolghuisvesting voor cliënten die de opvang verlaten?” Hier zijn de beroepskrachten je respondenten.
  • Verbanden: “Hangt de zelfredzaamheid van cliënten in de maatschappelijke opvang samen met de duur van hun verblijf?” Je hebt dan een instrument voor zelfredzaamheid nodig, zie hieronder.

Hoe je een kwalitatieve analyse uitwerkt, lees je in het stappenplan voor thematische analyse in een sociaal-werkscriptie. Welke theorieën daarbij passen, vind je in het overzicht van theorieën voor een sociaal-werkscriptie.

Hoe gebruik je CBS-gegevens in je scriptie?

Het CBS publiceert de cijfers in StatLine en in nieuwsberichten, en verwijst in dat bericht naar een onderzoeksbeschrijving over de berekening. Citeer bij voorkeur de StatLine-tabel of de publicatie, met de peildatum. Voor het zoeken en citeren van StatLine-tabellen is er het artikel over CBS StatLine als bron voor je scriptie. Voor regionale analyses heeft het CBS ook regionale cijfers gepubliceerd over geregistreerde dakloze personen in noodopvang en tijdelijke opvang, uitgesplitst naar 44 centrumregio’s, op basis van personen met een burgerservicenummer die in voorzieningen voor maatschappelijke opvang zijn geregistreerd. Dat is een andere meting dan de landelijke schatting, met een eigen afbakening, dus noem in je scriptie welke je gebruikt.

Welke beperkingen hebben de cijfers?

Een tweede lezer verwacht dat je de grenzen van je bron kent. Het CBS vermeldt zelf meerdere beperkingen:

  • De groep staat vaak niet in registers. Circa 70 procent van de dakloze mensen staat niet in de gebruikte registraties; dat deel wordt geschat.
  • Beperking tot 18 tot 65 jaar. De schattingsmethode is alleen toepasbaar op mensen die in de gebruikte registraties zouden kunnen voorkomen. Daardoor zijn mensen onder de 18 of boven de 65 jaar niet meegeteld, evenals mensen zonder geldige verblijfsvergunning.
  • Onzekerheid. Het totaal is een schatting met een betrouwbaarheidsinterval, geen exacte telling.
  • Verschillende definities. Het CBS, de ETHOS-classificatie en gemeentelijke registraties tellen niet hetzelfde. Vergelijk geen cijfers uit verschillende bronnen zonder dat te vermelden.

Voor jongeren en kinderen zijn andere bronnen nodig. Het NJI verwijst naar een telling volgens de ETHOS-classificatie, gepubliceerd door het Kansfonds (“Iedereen telt mee”, 2025), en naar de regionale CBS-cijfers over geregistreerde dakloze personen. Controleer de actuele cijfers op die pagina’s voordat je ze citeert, want ze worden bijgewerkt.

Hoe krijg je toegang tot de doelgroep?

Dakloze mensen zijn een kwetsbare doelgroep, en toegang loopt meestal via instellingen: een opvanglocatie, een inloophuis, een straathoekwerkorganisatie of een gemeente. Neem vroeg contact op met een organisatie en bespreek wat je nodig hebt en wat zij kunnen bieden. Reken op een traject van enkele weken voordat je de eerste respondent spreekt, omdat de organisatie wil weten wat je gaat doen met de gegevens en hoe je die beschermt. Veel organisaties willen een ondertekende afspraak over vertrouwelijkheid; lees het artikel over scriptieonderzoek binnen een jeugdzorginstelling voor een uitwerking van toegang, geheimhouding en data-eigenaarschap in een vergelijkbare setting.

Denk ook aan de ethische kant. Informed consent vraagt om begrijpelijke taal, en deelname moet vrijwillig zijn, ook als de hulpverlener de eerste benadering doet. Spreek af wat je doet als een respondent in nood is, en welke hulp je kunt aanbieden of doorverwijzen. Of je onderzoek langs een ethische commissie moet, hangt af van je opleiding; lees het artikel over de ethische commissie bij scriptieonderzoek en vraag je begeleider om advies voordat je iemand benadert.

Welk instrument past bij zelfredzaamheid?

Voor de meting van zelfredzaamheid in de maatschappelijke opvang bestaat de Nederlandse versie van de Self-Sufficiency Matrix (SSM-D). Fassaert en collega’s (2013) onderzochten de psychometrische eigenschappen van de Nederlandse versie in Community Mental Health Journal. Controleer in het artikel en bij de makers de voorwaarden, de domeinen en de scoring voordat je het instrument kiest, en controleer wie het instrument invult, de professional of de cliënt, en wat dat betekent voor je onderzoeksvraag. Bij een zelf ontwikkelde vragenlijst of interviewleidraad geldt dat je die in een pilot test, en dat je betrouwbaarheid en validiteit onderbouwt.

Wat is een goede steekproef en wat is haalbaar?

Een representatieve steekproef van dakloze mensen is voor een scriptie bijna nooit haalbaar, juist omdat een groot deel van de groep niet via voorzieningen te bereiken is. Wees daarom eerlijk in je opzet. Kies voor een doelgerichte steekproef binnen een afgebakende voorziening of regio, en benoem dat je resultaten niet zonder meer gelden voor alle dakloze mensen. Een kwalitatieve opzet met een beperkt aantal diepte-interviews past vaak beter bij de realiteit van het veld dan een kwantitatieve opzet. Als je toch kwantitatief werkt, gebruik dan bestaande registraties van een organisatie en overleg over anonimisering en gegevensbescherming.

Hoe ziet een uitgewerkte opzet eruit?

Een illustratief voorbeeld (fictief) voor een bachelorscriptie sociaal werk:

  • Context: een inloophuis in een middelgrote gemeente.
  • Hoofdvraag: “Hoe ervaren dakloze jongvolwassenen het contact met professionals in het inloophuis, en wat betekent dat voor hun kans op stabiele huisvesting?”
  • Afbakening: mensen van 18 tot 27 jaar die minimaal een keer per week het inloophuis bezoeken; definitie conform de ETHOS-groepen openbare ruimte, noodopvang, tijdelijke opvang en verblijf bij familie of vrienden, met motivering.
  • Methode: acht tot twaalf semigestructureerde interviews, thematische analyse.
  • Toegang: via de coördinator van het inloophuis, met een informatiebrief, mondelinge toelichting en toestemming op papier.
  • Data uit CBS: landelijke context in de inleiding (aantal en samenstelling), met een duidelijke vermelding van de beperkingen.

Merk op dat het onderzoek de uitkomst niet vooraf vastlegt: wat de jongeren ervaren, moet je onderzoek uitwijzen.

Overzicht van cijfers en bronnen over dakloosheid op een bureau met aantekeningen
Landelijke cijfers geven context; voor je eigen onderzoek heb je een afgebakende doelgroep en een heldere definitie nodig.

Zit je vast tussen definitie, bronnen en onderzoeksopzet? Tesify wordt door meer dan 9.000 studenten gebruikt, die er al meer dan 15.000 hoofdstukken mee hebben gestructureerd. Je scriptie blijft voor 100% door jou geschreven; jij doet het onderzoek en schrijft de tekst.

Veelgestelde vragen

Hoeveel dakloze mensen zijn er in Nederland?

Volgens het CBS waren er op 1 januari 2024 ongeveer 33 duizend dakloze mensen van 18 tot 65 jaar, met een betrouwbaarheidsinterval van 30,1 tot 37,3 duizend. Daarvan stond 9,4 duizend in registers; de rest is een schatting.

Wat telt het CBS als dakloos?

Mensen die buiten, in een auto, kraakpand of vakantiewoning slapen, mensen in de noodopvang, mensen die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven en mensen in tijdelijke opvang bij een kort verblijf.

Wat is het verschil tussen dakloos en thuisloos?

Het NJI omschrijft dak- of thuisloosheid als het gebrek aan een volwaardige huisvesting en gebruikt de ETHOS-classificatie met acht groepen. Het CBS hanteert voor zijn telling een eigen definitie van dakloos.

Waarom telt het CBS alleen mensen van 18 tot 65 jaar?

De schattingsmethode is alleen toepasbaar op mensen die in de gebruikte registraties zouden kunnen voorkomen. Mensen jonger dan 18 of ouder dan 65 jaar kunnen geen bijstandsuitkering krijgen en worden daarom niet meegerekend.

Hoe groot is het aandeel mannen onder dakloze mensen?

Volgens het CBS was in 2024 83 procent man. Het aandeel naar geslacht en leeftijd is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd.

Hoeveel dakloze mensen zijn jonger dan 27 jaar?

Volgens het CBS was in 2024 20 procent van de dakloze mensen van 18 tot 65 jaar tussen 18 en 27 jaar.

Hoe benader ik dakloze mensen voor mijn scriptie?

Meestal via een opvanglocatie, inloophuis of straathoekwerkorganisatie. Neem vroeg contact op en bespreek vertrouwelijkheid, toestemming en doorverwijzing bij nood.

Moet mijn onderzoek langs een ethische commissie?

Dat verschilt per opleiding. Omdat het om een kwetsbare doelgroep gaat, is het verstandig dit vooraf met je begeleider na te gaan.

Welke cijfers zijn geschikt voor een kwalitatieve scriptie?

Landelijke cijfers van het CBS zijn vooral geschikt voor de context en probleemstelling. Voor je eigen steekproef zijn ze minder geschikt, omdat een groot deel van de groep niet in registers staat.

Kan ik regionale cijfers vinden?

Het CBS heeft regionale cijfers gepubliceerd over geregistreerde dakloze personen in noodopvang en tijdelijke opvang, uitgesplitst naar 44 centrumregio’s. Dat is een andere meting dan de landelijke schatting.