In 2024 zaten volgens het CBS 27.130 verschillende personen in detentie in een Nederlandse penitentiaire inrichting, van wie 15.710 (ongeveer 58 procent, eigen berekening) sinds 2005 al eerder gedetineerd waren. Voor een criminologiescriptie over gedetineerden en recidive betekent dat: je moet scherp definiëren wat je met “gedetineerde” en “recidive” bedoelt, want de CBS-tabellen meten verschillende dingen, en voor onderzoek in een inrichting heb je toestemming van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) nodig.
Hoeveel gedetineerden zijn er, en hoe verandert dat?
De CBS-tabel “Gedetineerden; persoonskenmerken” telt alle personen die in een verslagjaar in detentie hebben gezeten, ongeacht de duur. Zowel veroordeelde gedetineerden als personen in voorlopige hechtenis tellen mee. Vreemdelingenbewaring is niet meegenomen, evenals minderjarigen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht en in justitiële jeugdinrichtingen verblijven. De absolute cijfers zijn door het CBS afgerond op tientallen. De gegevens komen uit de registratie van DJI (TULP).
| Jaar | Gedetineerden (unieke personen) | Mannen | Vrouwen | Eerder gedetineerd | Niet eerder gedetineerd |
|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 33.960 | 31.460 | 2.430 | 20.560 | 13.400 |
| 2020 | 27.300 | 25.620 | 1.640 | 16.420 | 10.880 |
| 2021 | 29.370 | 27.510 | 1.830 | 17.490 | 11.880 |
| 2022 | 30.380 | 28.400 | 1.930 | 17.780 | 12.600 |
| 2023 | 30.100 | 28.270 | 1.760 | 17.550 | 12.560 |
| 2024 | 27.130 | 25.420 | 1.660 | 15.710 | 11.420 |
Bron: CBS StatLine, “Gedetineerden; persoonskenmerken” (bijgewerkt juli 2025; cijfers over 2025 verwachtte het CBS in de zomer van 2026). Omdat de cijfers zijn afgerond, wijkt de som van de delen soms af van het totaal. Het aandeel vrouwen komt in 2024 op ongeveer 6 procent (eigen berekening op de afgeronde cijfers).
Wat zegt “eerder gedetineerd” over recidive?
Het kenmerk “eerder gedetineerd” is bepaald door per gedetineerde na te gaan of die sinds 2005 al eens eerder uit detentie is uitgestroomd. In 2024 was dat bij 15.710 van de 27.130 gedetineerden het geval, ongeveer 58 procent (eigen berekening). In 2019 was dat aandeel ongeveer 60,5 procent, in 2020 ongeveer 60 procent, in 2022 ongeveer 58,5 procent. Het aandeel liep dus licht terug, maar blijft hoog.
Wees voorzichtig met de interpretatie. Het CBS wijst erop dat detentiegegevens pas vanaf 2005 beschikbaar zijn. Daardoor ontbreekt voor de eerste jaren na 2005 nog informatie over eerdere detentie, en ook in latere jaren zal eerdere detentie worden onderschat, vooral bij langgestraften die al lang voor de peildatum voor het eerst zijn opgesloten. “Eerder gedetineerd” is bovendien niet hetzelfde als recidive in de strafrechtelijke zin: het zegt niet of iemand na een eerdere detentie opnieuw een misdrijf heeft gepleegd, maar alleen dat die persoon eerder in detentie heeft gezeten. Maak dat onderscheid expliciet in je scriptie.
Welke andere CBS-cijfers over recidive zijn er?
Het CBS publiceert ook de tabel “Verdachten; geslacht, leeftijd en recidive”. Hier wordt recidive anders bepaald: er wordt gekeken naar het ooit eerder verdacht zijn geweest van een misdrijf, op basis van politieregistraties. Op basis van het aantal registraties wordt iemand ingedeeld als first offender, meerpleger of veelpleger. De cijfers tot en met 2023 zijn definitief; die over 2024 en 2025 zijn voorlopig en onderschatten het definitieve aantal.
| Jaar | Verdachten totaal | First offender | Meerpleger | Veelpleger |
|---|---|---|---|---|
| 2021 | 142.040 | 47.730 | 46.810 | 45.820 |
| 2022 | 155.650 | 56.640 | 50.020 | 46.710 |
| 2023 | 148.800 | 53.870 | 47.380 | 45.320 |
Bron: CBS StatLine, “Verdachten; geslacht, leeftijd en recidive” (bijgewerkt maart 2026). Het totaal omvat ook personen van wie het recidivekenmerk onbekend is, daarom tellen de drie categorieën niet precies op tot het totaal. In 2023 vormden de first offenders ruim 36 procent van de verdachten, de meerplegers ongeveer 32 procent en de veelplegers ongeveer 30 procent (eigen berekening).
Het belangrijkste inzicht voor je scriptie: “recidive” betekent in elke bron iets anders. Politieregistraties, detentiegegevens en justitiecontacten na vrijlating zijn drie verschillende meetmomenten. Voor recidive na detentie wordt in Nederland vaak de Recidivemonitor van het WODC gebruikt. Zoek de actuele editie op de website van het WODC en noteer de definitie en de meetperiode voordat je cijfers naast die van het CBS legt.

Wie zitten er in detentie? Leeftijd en geslacht in 2024
Van de 27.130 gedetineerden in 2024 was ongeveer 94 procent man (eigen berekening). Naar leeftijd verdeeld zaten er 2.630 mensen van 18 tot 23 jaar in detentie (ongeveer 10 procent), 17.830 van 23 tot 45 jaar (ongeveer 66 procent), 6.120 van 45 tot 65 jaar (ongeveer 23 procent) en 500 van 65 jaar en ouder (ongeveer 2 procent); de percentages zijn eigen berekeningen op afgeronde cijfers. De tabel laat ook uitsplitsingen toe naar herkomstland, geboorteland en hoogst gevolgde opleiding; voor het jaar 2024 komen de opleidingsgegevens volgens het CBS pas in de zomer van 2026 beschikbaar.
Voor een scriptie zijn dit achtergrondgegevens. Ze helpen je de doelgroep te beschrijven, maar je onderzoeksvraag moet specifieker zijn dan “wie zit er in de gevangenis”. Zie ook het artikel over een operationaliseringsmatrix voor een criminologiescriptie om begrippen als recidiverisico meetbaar te maken, en de vergelijking van risicotaxatie-instrumenten voor de instrumentenkant.
Welke onderzoeksvragen kun je opstellen?
Illustratieve voorbeelden (verzonnen, ter inspiratie):
- Beschrijvend op basis van open data: “Hoe heeft het aandeel eerder gedetineerden onder gedetineerden zich tussen 2019 en 2024 ontwikkeld, en welke beperkingen heeft die meting?” Dit is haalbaar met CBS StatLine, zonder toegang tot de inrichting.
- Literatuurstudie: “Welke factoren worden in de Nederlandse literatuur genoemd als voorspellers van recidive na detentie, en hoe worden die gemeten?” Dit past bij een bachelorscriptie met beperkte toegang.
- Professionals: “Hoe beoordelen reclasseringswerkers de kans op reïntegratie van ex-gedetineerden?” Hierbij zijn de professionals je respondenten, wat de toegang vergemakkelijkt.
- Ex-gedetineerden: “Hoe ervaren ex-gedetineerden de eerste maanden na vrijlating?” Dit vraagt toegang via een reïntegratieorganisatie en een zorgvuldige ethische afweging.
Welke zorgvuldigheid dat laatste vraagt, lees je in het artikel over de ethische commissie bij scriptieonderzoek. Voor het gebruik van CBS-tabellen zelf is er het artikel over CBS StatLine als bron voor je scriptie.
Hoe krijg je toegang tot gedetineerden of inrichtingen?
Dit is voor de meeste studenten de grootste drempel. Volgens DJI vraag je voor onderzoek binnen een DJI-directie toestemming aan bij de directeur van die directie, bijvoorbeeld de directeur Gevangeniswezen/Vreemdelingenbewaring, met een kopie per e-mail naar het toestemmingsloket van DJI. In de aanvraag beschrijf je onder meer het doel, de onderzoeksvraag, de werkzaamheden (zoals interviews of dossierinzage), de deelnemers, de gewenste inrichting(en) en de periode; DJI meldt dat op een toestemmingsverzoek binnen maximaal zes weken een reactie volgt. De procedure kan veranderen, dus controleer de actuele pagina “Wetenschappelijk onderzoek bij DJI” en overleg met je begeleider voordat je plannen maakt. Een voorbeeld van onderzoek dat op grote schaal is uitgevoerd, is het onderzoek naar het leefklimaat in Nederlandse penitentiaire inrichtingen van de Universiteit Leiden en DJI; DJI publiceert daarover landelijke rapportages. Dat soort bestaand onderzoek is voor een student vaak een betere bron dan zelf data verzamelen.
Kies voor een bachelorscriptie daarom bij voorkeur een route zonder directe toegang tot de inrichting: bestaande data (CBS, openbare rapporten), literatuuronderzoek, interviews met professionals buiten de inrichting, of een casus bij een reïntegratie- of reclasseringsorganisatie. Zie voor de toegangskant van onderzoek bij een instelling ook het artikel over scriptieonderzoek binnen een jeugdzorginstelling, waarvan de afspraken over vertrouwelijkheid en data-eigenaarschap ook hier gelden.
Hoe haal je de cijfers zelf op en bewerk je ze?
Je hoeft de cijfers niet uit een nieuwsbericht over te typen: de tabellen staan in CBS StatLine en zijn te filteren en te downloaden. Een werkwijze die in een scriptie goed te verantwoorden is:
- Open de tabel en noteer titel, peildatum en datum van laatste bijwerking. Die gegevens neem je op in je bronvermelding en in een voetnoot bij de tabel.
- Kies de uitsplitsing die bij je vraag past. Voor het aandeel eerder gedetineerden kies je “Totaal gedetineerden”, “Eerder gedetineerd” en “Niet eerder gedetineerd” per jaar.
- Download de tabel als CSV en bewaar het bestand met de datum van download, zodat je later kunt laten zien welke versie je hebt gebruikt.
- Bereken het aandeel zelf en vermeld dat het een eigen berekening is op afgeronde cijfers. Voorbeeld: 15.710 gedeeld door 27.130 is ongeveer 0,58, dus 58 procent. Rond je percentages af op één decimaal of op hele procenten en wees consequent.
- Controleer de som van de delen. Door de afronding op tientallen kan de som van de onderdelen iets afwijken van het totaal. Laat dat niet staan als verrassing in je tabel, maar noem het in de toelichting.
- Presenteer de cijfers als tabel of als lijngrafiek met een heldere titel en bron. Een lijngrafiek van het aandeel eerder gedetineerd per jaar laat de ontwikkeling beter zien dan een lange rij getallen.
Vermeld bij elke gepresenteerde tabel of figuur wat de eenheid is (unieke personen per verslagjaar), welke groepen zijn uitgesloten en welke jaren zijn meegenomen. Zo kan je tweede lezer de analyse reproduceren. Ideeën voor andere criminologische onderwerpen met een databron vind je in het overzicht van scriptieonderwerpen voor criminologie.
Hoe bouw je deelvragen bij een scriptie op basis van bestaande data?
Een scriptie op basis van openbare cijfers heeft dezelfde onderdelen als een scriptie met eigen dataverzameling, alleen verschuift de nadruk: je verantwoordt niet hoe je respondenten benaderde, maar hoe je de bron selecteerde en interpreteerde. Een bruikbare opbouw van deelvragen volgt de stappen van je analyse. De eerste deelvraag beschrijft het begrip en de definitie (“Hoe wordt recidive gedefinieerd en gemeten in de Nederlandse statistiek?”). De tweede beschrijft de ontwikkeling in de cijfers (“Hoe is het aandeel eerder gedetineerden tussen 2019 en 2024 veranderd?”). De derde beoordeelt de kwaliteit van de maat (“Welke beperkingen heeft de meting en wat betekent dat voor de interpretatie?”). De vierde koppelt terug naar de literatuur (“Welke verklaringen noemt de literatuur voor de gevonden ontwikkeling?”).
Let erop dat een beschrijvende scriptie nog geen verklaring is. Wil je een verband toetsen, dan heb je gegevens op persoonsniveau nodig, en die zijn niet openbaar. Blijf daarom bij wat de data laten zien en formuleer verklaringen als suggesties voor vervolgonderzoek, met verwijzing naar de literatuur. Een tweede lezer waardeert een scriptie die duidelijk maakt wat de data wel en niet kunnen beantwoorden, boven een scriptie die meer claimt dan de bron toelaat.
Voor je methodehoofdstuk betekent dat: beschrijf de bron (tabel, producent, bijwerkdatum), de selectie (welke jaren en kenmerken), de bewerkingen (eigen berekeningen) en de beperkingen. Voeg een korte alinea toe over de betrouwbaarheid van de bron: het CBS publiceert zijn definities en methoden, wat de herleidbaarheid vergroot. Noem tot slot hoe je de cijfers hebt gecontroleerd, bijvoorbeeld door de totalen met de oorspronkelijke tabel te vergelijken.
Welke beperkingen moet je benoemen?
- Afronding: de CBS-cijfers zijn afgerond op tientallen; berekende percentages zijn dus benaderingen.
- Peilperiode: de tabel telt unieke personen per verslagjaar, niet het aantal personen op een bepaalde dag. Voor dagcijfers is er een aparte tabel met gedetineerden op 30 september.
- Afbakening: vreemdelingenbewaring en justitiële jeugdinrichtingen zijn niet meegenomen.
- Eerder gedetineerd: onderschat door het ontbreken van historische gegevens vóór 2005.
- Definities van recidive: verschillen per bron en per tabel; combineer ze niet zonder uitleg.
Hoe ziet een uitgewerkte opzet eruit?
Een illustratief voorbeeld (fictief) voor een bachelorscriptie criminologie:
- Hoofdvraag: “Hoe heeft het aandeel eerder gedetineerden onder gedetineerden in Nederland zich tussen 2019 en 2024 ontwikkeld, en wat zegt dat over de betrouwbaarheid van deze maat voor recidive?”
- Data: CBS StatLine, “Gedetineerden; persoonskenmerken”, jaren 2019 tot en met 2024.
- Methode: beschrijvende analyse van aandelen per jaar, met een vergelijking met de recidivecijfers uit politieregistraties.
- Theorie: een gekozen recidivetheorie uit de literatuur, bijvoorbeeld risicogedreven benaderingen; kies er een en onderbouw die.
- Beperkingen: afronding, meetperiode vanaf 2005, onderschatting van eerdere detentie, verschil in definities.
Merk op dat deze opzet geen toegang tot een inrichting vraagt en toch een duidelijke onderzoeksvraag heeft.

Zit je vast tussen definitie, data en onderzoeksvraag? Tesify wordt door meer dan 9.000 studenten gebruikt, die er al meer dan 15.000 hoofdstukken mee hebben gestructureerd. Je scriptie blijft voor 100% door jou geschreven; jij kiest de bronnen en voert de analyse uit.
Veelgestelde vragen
Hoeveel gedetineerden zijn er in Nederland?
Volgens CBS StatLine hebben in 2024 27.130 verschillende personen in detentie gezeten, afgerond op tientallen. De tabel telt unieke personen per verslagjaar.
Hoeveel gedetineerden waren eerder gedetineerd?
In 2024 waren dat er 15.710, ongeveer 58 procent van het totaal (eigen berekening). Het CBS wijst erop dat eerdere detentie wordt onderschat omdat gegevens pas vanaf 2005 beschikbaar zijn.
Is “eerder gedetineerd” hetzelfde als recidive?
Nee. Het kenmerk zegt dat iemand eerder in detentie heeft gezeten, niet of iemand na vrijlating opnieuw een misdrijf heeft gepleegd.
Wat is het verschil tussen een first offender, een meerpleger en een veelpleger?
Het CBS deelt verdachten in op basis van het aantal politieregistraties van misdrijven. Raadpleeg de toelichting bij de tabel voor de exacte grenzen.
Waar komen de gegevens vandaan?
De detentiegegevens komen uit de TULP-registratie van DJI, de persoonsgegevens uit het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het CBS.
Zijn er cijfers over 2025?
Het CBS verwachtte de cijfers over 2025 voor de tabel over gedetineerden in de zomer van 2026. Controleer StatLine voor de actuele stand.
Kan ik een bachelorscriptie doen met gedetineerden als respondenten?
Dat is moeilijk, omdat onderzoek in een inrichting formele toestemming van DJI vraagt. Veel studenten kiezen voor bestaande data of voor interviews met professionals.
Waar vind ik recidivecijfers na detentie?
De Recidivemonitor van het WODC wordt in Nederland vaak gebruikt. Controleer de definitie en meetperiode van de editie die je citeert.
Zijn de CBS-cijfers over verdachten definitief?
Cijfers tot en met 2023 zijn definitief; die over 2024 en 2025 zijn voorlopig en onderschatten het definitieve aantal verdachten.
Moet mijn onderzoek langs een ethische commissie?
Dat verschilt per opleiding. Bij onderzoek met kwetsbare groepen zoals gedetineerden of ex-gedetineerden is het verstandig dit vooraf met je begeleider en opleiding te bespreken.
