Een systematische review of een survey onder patiënten is niet voor iedere tandheelkundestudent haalbaar binnen de looptijd van een scriptie. Een klinische casusrapportage — de gedetailleerde, wetenschappelijk onderbouwde beschrijving van de diagnostiek en behandeling van één patiënt — is dan het alternatief dat het dichtst bij de klinische praktijk blijft, en dat veel opleidingen expliciet als scriptievorm toestaan.
Het verschil met een gewoon patiëntendossier zit in twee dingen: een casusrapportage plaatst de casus in de literatuur (waarom is deze casus het beschrijven waard, wat is er al over bekend) en verantwoordt elke keuze in het behandelplan met argumenten in plaats van met “dit doen we altijd zo”. Wie die twee stappen overslaat, levert in feite een uitgebreid dossier in en geen wetenschappelijk werkstuk — en dat is precies waar een tweede lezer als eerste op beoordeelt.
Wanneer accepteert je opleiding een casusrapportage als scriptie?
Vrijwel altijd onder drie voorwaarden, ook al verschilt de exacte formulering per instelling: de casus moet klinisch relevant of leerzaam zijn (een zeldzame presentatie, een complexe interdisciplinaire behandeling, of een veelvoorkomend probleem met een instructieve afweging), er moet voldoende dossierdiepte zijn (radiologie, foto’s, een vervolgtraject van meerdere afspraken, niet één losse verrichting), en de patiënt moet toestemming geven voor gebruik van geanonimiseerde gegevens in een scriptie. Ontbreekt een van de drie, dan is het onderwerp geschikter voor een korte casuïstiekbespreking dan voor een volledige scriptie.
Nederland heeft één grote tandheelkundeopleiding op wo-niveau die casusrapportages als vaste scriptievorm kent naast onderzoeksscripties: ACTA (Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, de gezamenlijke faculteit van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit). De exacte eisen aan omvang, aantal casussen en beoordelingscriteria verschillen per track en per jaar; controleer die altijd in je eigen scriptiehandleiding vóór je een patiënt selecteert.
Hoe kies je een geschikte casus?
Niet elke patiënt die je tijdens je coschappen ziet, levert een sterke casusrapportage op. Vier praktische criteria helpen bij de keuze.
Diagnostische onzekerheid vooraf. Een casus waarin de diagnose meteen duidelijk was, geeft weinig te beargumenteren. Een casus waarin je een differentiaaldiagnose moest afwegen — en kunt laten zien waarom je uiteindelijk voor optie A koos boven B — is inhoudelijk sterker, ook als de uiteindelijke diagnose achteraf voor de hand ligt.
Een compleet, gedocumenteerd traject. Zoek een patiënt bij wie je zelf bij anamnese, diagnostiek, behandeling én minstens één controleafspraak aanwezig was. Een casus die je pas bij de evaluatie overneemt van een collega mist de eerstehands details die een sterke rapportage nodig heeft.
Een interdisciplinair of afwijkend element. Casussen waarin bijvoorbeeld parodontologie, endodontologie en restauratieve tandheelkunde samenkomen, of waarin een medische comorbiditeit het behandelplan stuurt, laten meer klinisch redeneren zien dan een routineverrichting.
Haalbare toestemming en privacy. Een klinisch ideale casus waarbij de patiënt geen toestemming geeft, of waarbij anonimiseren onmogelijk is zonder de casus onherkenbaar te maken, is geen bruikbare casus — hoe interessant ook. Regel de toestemming vóór je met schrijven begint.
De acht onderdelen van een casusrapportage
- Inleiding en literatuurkader — waarom deze casus, wat literatuur al zegt over de aandoening of behandeling, en de leerdoelen die de casus illustreert.
- Anamnese — klacht, voorgeschiedenis (medisch en tandheelkundig), medicatie, sociale/gedragsfactoren die relevant zijn voor diagnose of behandelplan (roken, bruxisme, voeding).
- Extra- en intraoraal onderzoek — systematische bevindingen, bij voorkeur met foto’s en (indien van toepassing) een parodontale statuskaart.
- Radiologische en aanvullende diagnostiek — welke opnamen zijn gemaakt en waarom juist die (bijvoorbeeld een CBCT bij implantologie in plaats van alleen een röntgenfoto), met de bevindingen.
- Diagnose en differentiaaldiagnose — niet alleen de uiteindelijke diagnose, maar ook welke alternatieven zijn overwogen en waarom ze zijn uitgesloten.
- Behandelplan met argumentatie — elke stap onderbouwd: waarom deze volgorde, welke alternatieven waren er, en welke afweging (kosten, prognose, wens van de patiënt) de keuze bepaalde.
- Uitvoering en verloop — wat er per afspraak is gebeurd, complicaties, en aanpassingen ten opzichte van het oorspronkelijke plan.
- Evaluatie, follow-up en literatuurreflectie — het resultaat op de langste follow-uptermijn die beschikbaar is, en een terugkoppeling naar de literatuur uit de inleiding: bevestigt deze casus wat er al bekend was, of wijkt hij ervan af en waarom?

Het theoretisch/literatuurkader van onderdeel 1 werkt volgens dezelfde logica als in elke andere scriptie: je plaatst je eigen casus in het licht van wat er al bekend is, in plaats van losse feiten op te sommen. De algemene opbouw daarvan staat in de gids over een theoretisch kader schrijven, met als enige aanpassing dat een casusrapportage meestal een compacter kader heeft dan een volledige onderzoeksscriptie.
Wat een casusrapportage niet is
Een casusrapportage wordt vaak verward met twee andere vormen die er oppervlakkig op lijken maar methodologisch iets anders vragen. Een case series beschrijft meerdere vergelijkbare casussen naast elkaar om een patroon zichtbaar te maken; dat vraagt om een systematischere vergelijking tussen de casussen dan een enkele diepgaande rapportage. Een systematische review van case reports gaat weer een stap verder: die verzamelt gepubliceerde casussen van anderen volgens een vooraf vastgelegd zoekprotocol, in plaats van een eigen patiënt te beschrijven. Kies je voor een enkele casusrapportage, wees dan in je inleiding expliciet dat het om precies dat gaat — een tweede lezer die een systematischer opzet verwacht, corrigeert dat sneller dan een lezer die vooraf weet wat hij krijgt. Vermeld daarom in de eerste alinea van je inleiding letterlijk welk van de drie vormen je hanteert.
Anonimisering en toestemming
Een casusrapportage bevat medische gegevens van een herkenbaar individu, dus de omgang ermee valt onder de AVG. In de praktijk betekent dat: geen naam, geboortedatum of BSN in de tekst of in bijschriften van foto’s, gezichtsfoto’s alleen met expliciete, apart vastgelegde toestemming (of helemaal niet), en radiografische opnamen bijgesneden zodat identificerende kenmerken buiten beeld blijven. Vraag de toestemming schriftelijk en vóórdat je begint te schrijven, niet achteraf als formaliteit. Een deel van de bredere ethische en AVG-overwegingen bij het gebruik van patiëntgegevens in een scriptie staat uitgewerkt in het artikel over ethiek, toestemming en gegevensbescherming bij een medische scriptie, al gaat dat artikel over onderzoek in de zin van de WMO; een enkele casusrapportage valt daar meestal niet onder, maar de AVG-verplichtingen blijven onverkort gelden.
Een uitgewerkt fictief voorbeeld
De patiënt, bevindingen en het verloop hieronder zijn volledig verzonnen ter illustratie van de structuur en verwijzen niet naar een bestaand dossier.
| Onderdeel | Fictieve casus |
|---|---|
| Klacht | Vrouw, 42 jaar, aanhoudende gevoeligheid element 26 na eerdere restauratie, twee jaar eerder geplaatst elders |
| Anamnese | Geen relevante medische voorgeschiedenis, incidenteel bruxisme gerapporteerd door partner, geen roker |
| Bevindingen | Gebarsten cuspvulling, positieve percussietest, vitaliteitstest twijfelachtig |
| Diagnostiek | Periapicale röntgenopname: geen apicale radiolucentie zichtbaar; differentiaaldiagnose tussen cracked tooth syndrome en beginnende pulpitis |
| Behandelplan | Verwijderen bestaande restauratie, beoordeling scheur onder vergroting, keuze tussen directe restauratie met controle-afspraak of endodontische behandeling afhankelijk van pulpavitaliteit tijdens preparatie |
| Verloop | Pulpa bleek tijdens preparatie vitaal; directe composietrestauratie geplaatst, occlusie aangepast tegen verdere overbelasting |
| Follow-up (fictief, 6 maanden) | Klachtenvrij, negatieve percussie, vitaliteit binnen normale marge |
De literatuurreflectie aan het eind koppelt dit fictieve verloop terug naar wat er over cracked tooth syndrome bekend is: de diagnostische onzekerheid vóór behandeling is typisch voor het beeld, en de gekozen “wacht-en-zie”-aanpak tijdens de preparatie in plaats van meteen endodontisch ingrijpen is in de literatuur een erkende, conservatieve strategie — met het voorbehoud dat één casus nooit een algemene aanbeveling oplevert, wat je in de discussie ook met zoveel woorden opschrijft. Hoe je die voorzichtige toon in een discussiehoofdstuk volhoudt zonder je bevindingen te overschatten, staat in de gids over de discussie van je scriptie schrijven.
Veelgemaakte fouten
- Een dossier zonder argumentatie navertellen. Wat er is gedaan is minder interessant dan waarom; elke stap in het behandelplan moet een reden krijgen.
- Geen differentiaaldiagnose vermelden. Zonder alternatieven te noemen lijkt de uiteindelijke diagnose de enige mogelijke, terwijl de afweging nu net laat zien dat je klinisch redeneert.
- Follow-up te kort of ontbrekend. Eén controleafspraak direct na behandeling zegt weinig; een casusrapportage met een reëel vervolgtraject is sterker.
- Identificerende gegevens per ongeluk laten staan in een bijschrift, een DICOM-header van een geëxporteerde opname, of de bestandsnaam van een foto.
- De literatuurreflectie overslaan. Zonder terugkoppeling naar bestaande literatuur is een casusrapportage een verslag, geen wetenschappelijk stuk — precies het verschil waar de beoordeling op let.
Hoe verwijs je naar bronnen in een casusrapportage?
De literatuur die je gebruikt om de casus in te bedden — incidentiecijfers, vergelijkbare gepubliceerde casussen, richtlijnen van de beroepsvereniging — citeer je op dezelfde manier als in elke andere scriptie. De meeste Nederlandse tandheelkundeopleidingen werken met APA; check of jouw opleiding daarvan afwijkt voordat je verwijst. De volledige regels staan in de complete APA 7-gids.
Van dossier naar wetenschappelijk verantwoorde casusrapportage
Tesify helpt je de structuur bewaken — van literatuurkader tot follow-up — en houdt de argumentatie bij elke behandelstap consistent met wat je eerder hebt geschreven. Meer dan 9.000 studenten gebruikten Tesify voor ruim 15.000 hoofdstukken, en je schrijft elke zin nog steeds zelf.

Veelgestelde vragen
Mag elke tandheelkundestudent voor een casusrapportage kiezen?
Dat hangt af van je opleiding en track. Sommige tracks vragen om een onderzoeksscriptie met eigen dataverzameling; andere staan een casusrapportage toe als volwaardig alternatief. Controleer dit bij je eigen afstudeercoördinator vóór je een patiënt selecteert.
Hoeveel casussen heb ik nodig voor één scriptie?
Dat verschilt per opleiding: sommige vragen één diepgaand uitgewerkte casus, andere twee of drie kortere casussen rond hetzelfde thema. Er bestaat geen universeel aantal; het staat in je scriptiehandleiding.
Mag ik foto’s van de patiënt gebruiken?
Alleen met expliciete, apart vastgelegde toestemming, en bij voorkeur zonder gezichtsherkenbare elementen. Radiografische opnamen bevatten zelden identificerende kenmerken, maar controleer altijd of er een naam of patiëntnummer in de opname zelf of het bestand staat.
Wat als de behandeling niet succesvol was?
Een casusrapportage met een complicatie of een teleurstellende uitkomst is minstens zo waardevol als een succesverhaal, zolang je de reden analyseert. Verzwijgen van een minder goede uitkomst is een integriteitskwestie, geen redactionele keuze.
Moet ik statistiek gebruiken in een casusrapportage?
Nee, een enkele casus leent zich niet voor statistische toetsing. Wat je wel doet, is de bevindingen kwalitatief tegen de literatuur afzetten in de discussie.
Hoe uitgebreid moet de literatuurreflectie zijn?
Genoeg om de casus in perspectief te plaatsen: wat er al bekend is over vergelijkbare gevallen, en waar deze casus dat bevestigt of juist van afwijkt. Een korte, scherpe reflectie werkt beter dan een lange literatuurlijst zonder koppeling aan je eigen casus.
Kan ik dit format ook gebruiken voor een minder complexe, alledaagse casus?
Ja, mits de dossierdiepte er is en je er een instructieve afweging in kunt laten zien — een veelvoorkomend probleem met een niet-vanzelfsprekende behandelkeuze is vaak leerzamer dan een zeldzaam maar oppervlakkig beschreven geval.
Wat controleert mijn begeleider het eerst?
Of de argumentatie bij elke stap klopt: niet wát er is gedaan, maar of de redenering ervoor houdbaar is. Loop je scriptie er zelf op na met de controlelijst voor de laatste week voordat je inlevert.
Wat als mijn opleiding een minimumaantal pagina’s voorschrijft?
Bouw dan liever een casus met meer diepgang (uitgebreidere literatuurreflectie, een langere follow-up) dan dat je de bestaande onderdelen kunstmatig oprekt met herhaling. Een tweede lezer merkt opvulling sneller dan een ontbrekend onderdeel.
