Promoveren in Nederland in cijfers: 5.595 promoties in 2023/’24

In studiejaar 2023/’24 zijn er in Nederland 5.595 promoties verdedigd — het hoogste aantal in de reeks die het CBS sinds 2016/’17 bijhoudt. Bijna vier op de tien daarvan vonden plaats in gezondheidszorg en welzijn. En sinds 2020/’21 promoveren er in Nederland ieder jaar meer vrouwen dan mannen.

Hieronder de volledige reeks, de verdeling over vakgebieden, en de drie beperkingen die je erbij hoort te noemen als je deze cijfers citeert. Bron: CBS-tabel Wetenschappelijk onderwijs; promoties, studierichting (83966NED).

De reeks per studiejaar

Studiejaar Totaal Mannen Vrouwen
2016/’17 4.747 2.473 2.274
2017/’18 4.781 2.481 2.300
2018/’19 4.956 2.606 2.350
2019/’20 4.460 2.242 2.218
2020/’21 5.219 2.607 2.612
2021/’22 4.983 2.497 2.486
2022/’23 5.120 2.469 2.651
2023/’24 5.595 2.692 2.903

Bron: CBS, tabel 83966NED, opgehaald via de open data-interface.

Wat de reeks laat zien

Twee reeksen die elkaar halverwege kruisen en daarna van plaats wisselen
De twee lijnen kruisen in 2020/’21 en wisselen daarna definitief van plaats. Dat is het soort omslagpunt dat je in een inleiding kunt gebruiken — mits je de jaren erbij noemt.

Het jaartotaal schommelt tussen 4.460 en 5.595. De reeks is te kort en te grillig om er een trend uit te lezen; wat je wél kunt zeggen is dat 2023/’24 het hoogste jaar is en 2019/’20 het laagste.

Het omslagpunt zit in 2020/’21. Dat is het eerste jaar in de reeks waarin er meer vrouwen (2.612) dan mannen (2.607) promoveerden — een verschil van vijf, dus met de nodige voorzichtigheid te interpreteren. In 2022/’23 en 2023/’24 is het verschil substantieel geworden: 2.903 tegen 2.692, ofwel bijna 52 procent vrouwen.

2019/’20 is de duidelijke uitschieter naar beneden, met 4.460. Bij een jaar waarin verdedigingen op grote schaal zijn uitgesteld of anders georganiseerd, is de logische vervolgvraag of het jaar erna juist hoger uitvalt — en dat is precies wat je in de tabel ziet: 5.219 in 2020/’21. Twee jaren die elkaar compenseren zeggen samen meer dan elk jaar apart, en dat is een interpretatie die je moet opschrijven in plaats van weglaten.

De verdeling over vakgebieden

De verdeling over vakgebieden met één duidelijk dominant blok
Eén vakgebied is bijna zo groot als de vier volgende samen. Elke uitspraak over “de Nederlandse promovendus” gaat daardoor vooral over gezondheidszorg en welzijn.
Studierichting Promoties 2023/’24
Gezondheidszorg en welzijn 2.206
Wiskunde en natuurwetenschappen 1.105
Techniek, industrie en bouwkunde 505
Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening 430
Landbouw, diergeneeskunde en -verzorging 408
Journalistiek, gedrag en maatschappij 373
Vormgeving, kunst, talen en geschiedenis 307
Informatica 203
Onderwijs 55

De optelsom van deze negen richtingen komt uit op 5.592, drie minder dan het gepubliceerde jaartotaal van 5.595. Dat soort kleine verschillen hoort bij afgeronde en per categorie gepubliceerde cijfers; noem het in je tekst in plaats van de getallen stilletjes kloppend te maken.

De concentratie is het echte verhaal. Gezondheidszorg en welzijn is met 2.206 promoties goed voor bijna vier op de tien, en samen met wiskunde en natuurwetenschappen dekken die twee richtingen ruim 59 procent van alle promoties. Onderwijs staat met 55 promoties aan de andere kant van het spectrum: veertig keer zo klein.

Praktisch gevolg voor je scriptie: een algemene uitspraak over promoveren in Nederland is in de praktijk vooral een uitspraak over de medische en natuurwetenschappelijke hoek. Wil je iets zeggen over promoveren in de geesteswetenschappen of het onderwijsdomein, dan heb je het over enkele honderden gevallen per jaar en moet je je uitspraken navenant beperken.

Hoeveel afgestudeerden promoveren er eigenlijk?

Deze vraag krijgt vaak een schijnprecies antwoord, dus hier de eerlijke versie. Er zijn ongeveer 5.600 promoties per jaar, tegenover ruim 53.000 wo-masterdiploma’s per jaar — een verhouding van ongeveer één op tien.

Wat die verhouding niet is: het aandeel masterafgestudeerden dat gaat promoveren. Drie redenen waarom niet.

  • De cohorten lopen niet gelijk. Wie in 2023/’24 promoveert, studeerde meestal vier tot zes jaar eerder af. Je deelt dus twee groepen op elkaar die niet dezelfde mensen zijn.
  • Een aanzienlijk deel van de promovendi komt uit het buitenland en zit dus helemaal niet in de Nederlandse masterteller.
  • Niet elke gestarte promotie eindigt in een verdediging. De tabel telt verdedigde promoties, niet aangestelde promovendi.

De verdedigbare formulering is dan ook: “Het aantal promoties per jaar (circa 5.600) bedraagt ongeveer een tiende van het aantal jaarlijks uitgereikte wo-masterdiploma’s; dit is een verhoudingsgetal tussen twee verschillende populaties en geen doorstroompercentage.” Waar dat masteraantal precies vandaan komt, staat in het stuk over hoeveel diploma’s er jaarlijks worden uitgereikt.

Wat dit betekent als je zelf overweegt te promoveren

Twee dingen uit deze tabel zijn daarbij bruikbaar, en één ding nadrukkelijk niet.

Bruikbaar: de schaal van jouw vakgebied. Promoveren in gezondheidszorg of natuurwetenschappen betekent instappen in een domein met duizend tot ruim tweeduizend verdedigingen per jaar, met bijbehorende infrastructuur aan onderzoeksgroepen en financiering. Promoveren in het onderwijsdomein betekent instappen in een domein met enkele tientallen per jaar — niet onmogelijk, wel een andere realiteit qua aantal plekken en aantal collega’s in dezelfde fase.

Bruikbaar: de samenstelling verandert. De verschuiving naar een vrouwelijke meerderheid onder gepromoveerden is in vier jaar tijd van marginaal naar duidelijk gegaan.

Niet bruikbaar: je eigen kansen. Deze tabel bevat geen instroomcijfers, geen sollicitatiecijfers en geen slagingspercentages. Voor de vraag hoeveel promotieplekken er in jouw richting per jaar vrijkomen, moet je bij de vacaturekanalen van de universiteiten zelf zijn, niet bij deze statistiek.

Waar deze cijfers vandaan komen

Alle getallen komen uit CBS-tabel 83966NED, Wetenschappelijk onderwijs; promoties, studierichting, met de reeks 2016/’17 tot en met 2023/’24, opgehaald via de open data-interface van het CBS. De indeling naar studierichting volgt de standaardindeling die het CBS voor onderwijsstatistieken gebruikt, wat betekent dat de categorieën breder zijn dan de faculteitsindeling van een universiteit: “gezondheidszorg en welzijn” omvat bijvoorbeeld meer dan alleen geneeskunde.

Twee dingen om te controleren voordat je citeert. De reeks loopt tot en met 2023/’24, dus dit is niet noodzakelijk het meest recente studiejaar op het moment dat jij het leest. En CBS-tabellen krijgen bij een revisie een nieuw nummer; hoe je een tabel ophaalt en zo citeert dat je cijfer terug te vinden blijft, staat stap voor stap in het stuk over CBS StatLine als bron voor je scriptie.

Wat deze cijfers niet zeggen

Ze zeggen niets over de duur van een promotietraject, niets over het aantal aangestelde promovendi, en niets over hoeveel trajecten voortijdig eindigen. Ze zeggen ook niets over de instelling waar is gepromoveerd of over de financieringsvorm — beurspromovendus, werknemerpromovendus of buitenpromovendus zijn in deze tabel niet te onderscheiden.

Wie een uitspraak wil doen over werkdruk, doorlooptijd of uitval onder promovendi, heeft daarvoor andere bronnen nodig. Een aantal verdedigde proefschriften kan die vragen principieel niet beantwoorden, en het is een van de vaakst gemaakte fouten om er toch een conclusie over te trekken.

Hoe gebruik je deze cijfers in je scriptie?

Als context in je inleiding, om te laten zien hoe groot of hoe klein het domein is waarover je iets beweert. Noem daarbij altijd het studiejaar en het tabelnummer, want zonder die twee is het cijfer over een jaar niet meer verifieerbaar.

Gebruik voor een trenduitspraak de hele reeks en niet twee jaren. Een vergelijking tussen 2019/’20 en 2020/’21 suggereert een sprong van bijna zeventien procent, terwijl de volle reeks laat zien dat het om een dip en een inhaalslag gaat. Dit is precies het type selectieve vergelijking waar een tweede lezer op let, en waar je jezelf makkelijk mee in de voet schiet.

Vermeld bij een uitspraak over vakgebieden ook de concentratie. “In Nederland worden jaarlijks ruim 5.500 proefschriften verdedigd” is waar; “verdeeld over tien richtingen, waarvan er één bijna veertig procent voor haar rekening neemt” is waar én bruikbaar. Hoe je dat soort nuance overeind houdt tussen je inleiding en je slothoofdstuk, staat in het stappenplan voor het schrijven van je conclusie. Tesify bewaakt intussen dat elk getal in je tekst hetzelfde blijft en bij dezelfde bron blijft horen. Begin met schrijven in Tesify.

Veelgestelde vragen

Hoeveel promoties zijn er per jaar in Nederland?

In studiejaar 2023/’24 waren dat er 5.595, het hoogste aantal in de reeks vanaf 2016/’17. Het laagste jaar was 2019/’20 met 4.460 (CBS, tabel 83966NED).

Promoveren er meer mannen of meer vrouwen?

Sinds 2020/’21 promoveren er ieder jaar meer vrouwen dan mannen. In 2023/’24 ging het om 2.903 vrouwen tegen 2.692 mannen, ofwel bijna 52 procent vrouwen.

In welk vakgebied wordt het meest gepromoveerd?

In gezondheidszorg en welzijn: 2.206 promoties in 2023/’24, bijna vier op de tien van het totaal. Wiskunde en natuurwetenschappen volgt met 1.105.

Welk vakgebied heeft de minste promoties?

Onderwijs, met 55 promoties in 2023/’24. Dat is ongeveer een veertigste van het aantal in gezondheidszorg en welzijn.

Welk deel van de masterafgestudeerden gaat promoveren?

Dat kun je uit deze cijfers niet afleiden. De verhouding tussen promoties en masterdiploma’s is ongeveer één op tien, maar dat zijn verschillende cohorten en een deel van de promovendi studeerde in het buitenland af.

Waarom telt de tabel per studierichting niet precies op tot het totaal?

Omdat de cijfers per categorie afgerond worden gepubliceerd. Voor 2023/’24 komen de negen richtingen samen op 5.592 tegen een jaartotaal van 5.595.

Zegt dit cijfer iets over de duur van een promotietraject?

Nee. De tabel telt verdedigde promoties in een studiejaar en bevat geen informatie over de doorlooptijd of over het startmoment van het traject.

Staan buitenlandse promovendi hier ook in?

Promoties aan Nederlandse universiteiten worden geteld, ongeacht de herkomst van de promovendus. De tabel maakt dat onderscheid niet zichtbaar.

Hoe citeer je deze cijfers correct?

Met de tabelnaam, het tabelnummer 83966NED, het studiejaar en de raadpleegdatum. Zonder tabelnummer is een CBS-cijfer later niet terug te vinden.

Zijn dit de meest recente cijfers?

De reeks liep op het moment van schrijven tot en met 2023/’24. Controleer bij het CBS of er inmiddels een recenter studiejaar is toegevoegd voordat je het cijfer overneemt.