In het studiejaar 2024/’25 zijn er in het Nederlandse hoger onderwijs 196.390 diploma’s uitgereikt — het hoogste aantal in de veertienjarige reeks van het CBS. Daarvan waren er 73.110 hbo-bachelor, 52.250 wo-bachelor en 53.570 wo-master. Dat is meteen de beste beschikbare benadering van het aantal scripties dat er in één jaar in Nederland wordt geschreven.
Hieronder de volledige reeks, de opbouw per diplomasoort, en — belangrijker — waarom je dit getal niet zomaar gelijk mag stellen aan “aantal scripties”. Alle cijfers komen uit CBS-tabel Ho; gediplomeerden, soort diploma, opleidingsvorm (85424NED), reeks 2011/’12 tot en met 2024/’25.
De reeks per studiejaar

| Studiejaar | Hbo-associate degree | Hbo-bachelor | Wo-bachelor | Wo-master | Totaal alle diploma’s |
|---|---|---|---|---|---|
| 2011/’12 | 1.190 | 65.090 | 35.880 | 36.560 | 148.650 |
| 2012/’13 | 1.330 | 59.560 | 33.210 | 32.520 | 134.760 |
| 2013/’14 | 1.420 | 60.910 | 32.870 | 34.320 | 137.430 |
| 2014/’15 | 1.730 | 64.100 | 34.810 | 36.440 | 144.890 |
| 2015/’16 | 1.720 | 65.490 | 34.360 | 37.270 | 146.660 |
| 2016/’17 | 1.760 | 68.360 | 35.010 | 38.360 | 151.250 |
| 2017/’18 | 2.210 | 70.260 | 35.110 | 39.960 | 155.350 |
| 2018/’19 | 2.510 | 68.040 | 36.400 | 41.840 | 156.560 |
| 2019/’20 | 3.490 | 67.460 | 38.230 | 42.640 | 159.570 |
| 2020/’21 | 4.510 | 71.360 | 43.070 | 47.810 | 175.370 |
| 2021/’22 | 5.130 | 66.490 | 41.670 | 47.900 | 169.600 |
| 2022/’23 | 5.540 | 69.840 | 45.590 | 49.730 | 179.580 |
| 2023/’24 | 6.190 | 72.360 | 50.110 | 50.690 | 188.360 |
| 2024/’25 | 7.870 | 73.110 | 52.250 | 53.570 | 196.390 |
Bron: CBS, tabel 85424NED, mannen en vrouwen samen, alle opleidingsvormen. De totaalkolom telt daarnaast ook wo-doctoraaldiploma’s en vervolgopleidingen mee, wat het verschil met de som van de vier getoonde kolommen verklaart.
Wat de reeks laat zien
Het totaal is over veertien jaar met ruim 32 procent gegroeid, van 148.650 naar 196.390. Die groei zit niet gelijkmatig verdeeld.
De wo-bachelor groeide het hardst in absolute zin onder de grote categorieën: van 35.880 naar 52.250, een toename van ruim 16.000 diploma’s per jaar.
De associate degree is de opvallendste beweging. Van 1.190 in 2011/’12 naar 7.870 in 2024/’25 — meer dan een verzesvoudiging. In absolute aantallen blijft het een kleine categorie, maar de groeivoet is de sterkste in de tabel.
De hbo-bachelor is juist opmerkelijk stabiel. Tussen 59.560 en 73.110, zonder duidelijke trendbreuk, over veertien jaar. Wie de groei van het hoger onderwijs wil verklaren, moet dus niet naar het hbo-bachelordiploma kijken.
Eén jaar verdient een aparte opmerking: 2020/’21 springt eruit met 175.370 tegen 159.570 het jaar ervoor. Bij een reeks als deze is een enkele uitschieter altijd een reden om de toelichting van de tabel te lezen voordat je hem interpreteert — zeker rond een jaar waarin de examenpraktijk in het hele onderwijs afweek van normaal.
De opbouw van het jaartotaal

Voor 2024/’25 verdeelt het totaal zich als volgt: hbo-bachelor 73.110, wo-master 53.570, wo-bachelor 52.250, vervolgopleidingen 9.590 en hbo-associate degree 7.870. Wo-doctoraaldiploma’s — de oude, niet-gesplitste opleidingsvorm van vóór de bachelor-masterstructuur — komen sinds 2017/’18 niet meer voor in de reeks.
De opleidingsvorm geeft nog een tweede beeld dat vaak wordt gemist. In 2024/’25 waren van de 73.110 hbo-bachelordiploma’s er 65.700 voltijd en 7.410 deeltijd. Bij de wo-bachelor is die verhouding extreem: 52.030 voltijd tegen 210 deeltijd. Deeltijdstuderen is in het Nederlandse hoger onderwijs vrijwel exclusief een hbo-verschijnsel — relevant als je in je scriptie iets over deeltijdstudenten wilt zeggen, want de wo-aantallen zijn te klein voor betekenisvolle uitsplitsingen.
En hoeveel scripties zijn dat dan?
Hier begint het interpretatiewerk, en dit is precies het deel dat je in je eigen scriptie expliciet moet maken.
De redenering die je kunt verdedigen: elk bachelor- en masterdiploma veronderstelt een afsluitend werkstuk, dus het aantal bachelor- en masterdiploma’s is een bovengrens én een redelijke ordegrootte voor het aantal afstudeerwerken per jaar. Voor 2024/’25 komt dat neer op ongeveer 179.000 stuks als je hbo-bachelor, wo-bachelor en wo-master optelt.
Waarom dat een benadering blijft, in drie punten die je erbij hoort te zetten:
- Niet elk diploma betekent één scriptie. Bij sommige opleidingen wordt in duo’s of groepen afgestudeerd; bij andere bestaat het afstudeerwerk uit een ontwerp, een portfolio of een praktijkopdracht in plaats van een geschreven scriptie. Of jouw opleiding een scriptie verplicht stelt, staat in de OER — het verschil tussen hbo en wo daarin behandelen we in het stuk over het verschil tussen een hbo-scriptie en een wo-thesis.
- De teleenheid is het diploma, niet de student. Wie in hetzelfde jaar een bachelor én een master haalt, telt twee keer.
- Diploma’s zijn een uitstroomcijfer, geen productiecijfer. Scripties die in een jaar zijn geschreven maar afgekeurd of niet afgerond, zitten er niet in — en dat is geen kleine groep, gezien de uitvalcijfers.
De eerlijke formulering voor in je tekst is dus: “In 2024/’25 zijn 179.000 bachelor- en masterdiploma’s uitgereikt in het Nederlandse hoger onderwijs (CBS, 85424NED). Aangezien aan vrijwel elk van die diploma’s een afsluitend werkstuk ten grondslag ligt, is dit de best beschikbare benadering van het jaarlijkse aantal afstudeerwerken; het exacte aantal scripties wordt niet centraal geregistreerd.” Die laatste bijzin is wat je verantwoording waterdicht maakt.
Wat dat getal betekent op de schaal van één week
Ongeveer 179.000 afstudeerwerken per jaar komt neer op een gemiddelde van rond de 490 per dag, of ruim 3.400 per week. Dat gemiddelde is een rekenkundige hulpconstructie en geen beschrijving van de werkelijkheid: diploma-uitreikingen clusteren rond een beperkt aantal momenten in het jaar, dus in de praktijk is de verdeling sterk piekerig.
Toch is het een nuttige omrekening, om twee redenen. Ze maakt de omvang voorstelbaar in een inleiding, en ze werkt als sanity check op je eigen redenering: wie een uitspraak doet over “de scriptiebegeleiding in Nederland”, doet een uitspraak over een proces dat op deze schaal draait, en niet over een handvol gevallen.
Wat je hier niet uit mag afleiden, is een uitspraak over werkdruk of over de tijd per scriptie. Daarvoor zou je het aantal begeleiders en de begeleidingsnorm per instelling nodig hebben, en die staan niet in deze tabel. Een verhoudingsgetal berekenen uit twee bronnen die verschillende dingen tellen, is een van de manieren waarop scripties op onderwijsdata stuklopen.
Waar deze cijfers vandaan komen
Alle getallen in dit artikel komen uit tabel 85424NED van het CBS, Ho; gediplomeerden, soort diploma, opleidingsvorm, met de reeks 2011/’12 tot en met 2024/’25. De cijfers zijn opgehaald via de open data-interface van het CBS en gelden voor mannen en vrouwen samen.
Twee dingen om te weten voordat je ze overneemt. Ten eerste worden aantallen in deze tabel afgerond weergegeven, wat verklaart waarom de kolommen niet exact optellen tot het jaartotaal. Ten tweede zijn CBS-tabellen genummerd en worden ze bij een revisie vervangen door een opvolger met een ander nummer; controleer daarom bij het citeren of de tabel nog actueel is. Hoe je een StatLine-tabel zelf ophaalt en zo citeert dat je cijfer terug te vinden is, staat stap voor stap in het stuk over CBS StatLine als bron voor je scriptie.
Wat deze cijfers niet zeggen
Ze zeggen niets over kwaliteit, niets over de duur van het afstudeertraject en niets over hoeveel studenten hun scriptie niet afmaken. Ze zeggen ook niets over hoeveel studenten aan een scriptie begonnen: een diplomatabel is per definitie een uitstroomtabel.
Wil je iets over dat laatste zeggen, dan heb je cohortcijfers nodig in plaats van jaartotalen — die staan in het stuk over diplomarendement en de cohortcijfers van het CBS. Het verschil tussen die twee typen tabellen — een dwarsdoorsnede per jaar tegenover het volgen van één cohort door de tijd — is een van de vaakst gemaakte fouten in scripties die met onderwijsdata werken.
Hoe gebruik je deze cijfers in je scriptie?
Meestal in je inleiding, om de omvang van je onderwerp te vestigen: een uitspraak over afstuderen die op bijna tweehonderdduizend diploma’s per jaar slaat, heeft aantoonbaar relevantie. Zet er dan wel het studiejaar en het tabelnummer bij, want zonder die twee is het cijfer over een jaar niet meer te controleren.
Gebruik voor een trenduitspraak minstens vijf jaren en niet twee. Een vergelijking tussen 2019/’20 en 2020/’21 suggereert een sprong die in de volle reeks veel gewoner oogt — en zulke selectieve vergelijkingen zijn precies waar een tweede lezer op let.
En koppel het getal aan je eigen vraag. Het aantal diploma’s is context, geen argument; het argument komt uit je eigen onderzoek. Hoe je die scheiding in je slothoofdstuk zuiver houdt, staat in het stappenplan voor het schrijven van je conclusie. Wil je dat de cijfers die je opneemt consistent blijven tussen je inleiding en je conclusie, dan is dat precies wat Tesify voor je bewaakt. Begin met schrijven in Tesify.
Veelgestelde vragen
Hoeveel scripties worden er jaarlijks in Nederland geschreven?
Er is geen centrale registratie van scripties. De best beschikbare benadering is het aantal bachelor- en masterdiploma’s: in 2024/’25 samen ongeveer 179.000 in hbo en wo (CBS, tabel 85424NED).
Hoeveel diploma’s worden er jaarlijks in het hoger onderwijs uitgereikt?
In 2024/’25 waren dat er 196.390 in totaal, tegen 148.650 in 2011/’12. Dat is een groei van ruim 32 procent over veertien studiejaren.
Hoeveel wo-masterdiploma’s worden er per jaar uitgereikt?
53.570 in 2024/’25. Dat is meer dan het aantal wo-bachelordiploma’s in datzelfde jaar (52.250), wat samenhangt met instroom vanuit het hbo en vanuit het buitenland.
Groeit het aantal afgestudeerden nog?
Ja. Elk van de laatste vier studiejaren op één na liet een stijging zien, en 2024/’25 is het hoogste jaar in de reeks.
Hoeveel associate degrees worden er behaald?
7.870 in 2024/’25, tegen 1.190 in 2011/’12. In relatieve zin is dit de snelst groeiende categorie van de tabel.
Hoeveel studenten studeren in deeltijd af?
In 2024/’25 waren van de hbo-bachelordiploma’s er 7.410 deeltijd tegen 65.700 voltijd. In het wo is deeltijd verwaarloosbaar: 210 deeltijd tegen 52.030 voltijd bij de bachelor.
Waarom telt de tabel niet precies op?
Omdat de aantallen afgerond worden weergegeven, en omdat het jaartotaal ook wo-doctoraaldiploma’s en vervolgopleidingen bevat die niet in alle kolommen apart staan.
Mag je een diplomacijfer gebruiken als aantal scripties?
Alleen met een expliciete toelichting. Noem het een benadering, geef aan dat niet elk diploma één geschreven scriptie betekent, en vermeld dat scripties niet centraal worden geregistreerd.
Hoe citeer je deze cijfers?
Met de naam van de tabel, het tabelnummer, het studiejaar en de raadpleegdatum. Zonder tabelnummer is een CBS-cijfer later niet terug te vinden.
Waar vind je cijfers over studie-uitval in plaats van diploma’s?
In cohorttabellen, die één instroomjaar door de tijd volgen. Jaartotalen zoals hierboven kunnen die vraag principieel niet beantwoorden.
