SPSS en JASP coderen je interviews niet — dat is een andere categorie software. Hieronder vergelijken we vijf programma’s voor kwalitatieve analyse op de criteria die bij een scriptie daadwerkelijk uitmaken: wat het jou kost, of je licentie langer meegaat dan je schrijfperiode, hoe het materiaal je hoofdstuk in komt, en of het met Nederlandstalige transcripten overweg kan.
| Programma | Licentiemodel | Kosten voor een student | Samenwerken | Oordeel |
|---|---|---|---|---|
| Taguette | Open source | Gratis | Via een eigen server | De standaardkeuze voor de meeste scripties |
| QualCoder | Open source | Gratis | Beperkt | Als je meer nodig hebt dan taggen, zonder budget |
| ATLAS.ti | Commercieel, semester- of studentlicentie | Betaald; bewijs van inschrijving vereist | Ja | Als je begeleider ermee werkt |
| MAXQDA | Commercieel, aparte studentenlicenties | Betaald; check je instelling eerst | Ja | Nemen als je instelling het aanbiedt |
| NVivo (Lumivero) | Commercieel | Betaald; check je instelling eerst | Ja | Nemen als het in je vakken is gebruikt |
Waarop we beoordelen
Vier criteria, allemaal afgeleid van hoe een scriptie echt verloopt en niet van de functielijst van de fabrikant.
Wat het jou werkelijk kost. Niet de catalogusprijs, maar jouw uitgave — en die hangt vooral af van wat je instelling al heeft ingekocht. Kijk eerst in de softwarecatalogus van je eigen hogeschool of universiteit voordat je iets aanschaft; dat is de stap die het vaakst wordt overgeslagen.
Looptijd van de licentie versus je schrijfperiode. Specifiek voor de commerciële pakketten, en zwaar onderschat. Een licentie die afloopt terwijl je nog aan je resultatenhoofdstuk werkt, is een reëel risico.
Export naar je hoofdstuk. Kwalitatieve analyse eindigt in citaten met codes eraan. Een programma dat die lijst niet gegroepeerd kan exporteren, laat je met overtypen achter.
Omgaan met Nederlands materiaal. Je transcripten zijn Nederlandstalig, je codes benoem je in het Nederlands en de citaten moeten met de juiste tekens in je scriptie belanden. Test dat op één transcript vóórdat je alles uploadt.

De vijf programma’s
1. Taguette — de standaardkeuze voor een scriptie
De makers omschrijven het zonder omhaal als een gratis en opensource-instrument voor kwalitatief onderzoek: je importeert je materiaal, markeert fragmenten, geeft ze tags en exporteert het resultaat. De site opent met precies de vraag die studenten stellen — of je bij het zoeken naar gratis software alleen tools tegenkomt waarmee je niets kunt taggen.
De functieomvang is bewust smal en dat is hier een voordeel. Taguette werkt zowel op je eigen computer (macOS, Windows en Linux) als op een server; draai je het lokaal, dan zijn je gegevens volgens de makers zo veilig als je eigen computer. Dat laatste is bij interviewdata een serieus argument, omdat je met persoonsgegevens werkt.
Oordeel: bestaat je analyse uit het coderen van interviews en het ordenen van citaten onder categorieën — en dat is bij verreweg de meeste scripties zo — dan is Taguette genoeg en kost het niets. Begin hier en stap pas over als je tegen een concrete muur loopt.
2. QualCoder — open source, met meer eromheen
Het tweede opensourceprogramma, met een duidelijk bredere reikwijdte dan Taguette. Naast tekst kun je beeld- en audiovisueel materiaal coderen, en er zit een rapportagelaag in die Taguette niet heeft.
De prijs daarvoor is een minder gepolijste interface en een steilere leercurve. Het project wordt door een gemeenschap onderhouden, dus het tempo van verbeteringen hangt af van de activiteit daarin — de gebruikelijke afweging bij open source.
Oordeel: kies dit wanneer je niet alleen tekst codeert of rapportages nodig hebt, en geen toegang hebt tot een commercieel pakket.
3. ATLAS.ti — als je begeleider ermee werkt
ATLAS.ti biedt twee studentvarianten en zegt daar zelf duidelijk over: een semesterlicentie geeft zes maanden gebruiksrecht, een studentlicentie een jaar. Beide kunnen alleen worden gekocht door voltijdstudenten van geaccrediteerde instellingen, met bewijs van je status.
Dat bewijs is concreter dan mensen verwachten en het zit aan een termijn vast: binnen vijf dagen na aankoop lever je een kopie van je geldige studentenkaart aan waarop je band met een erkende instelling blijkt, plus een tweede officieel identiteitsbewijs of paspoort met foto en dezelfde naam. Weten voordat je bestelt, niet erna.

Twee bepalingen zijn nog het vermelden waard. Student- en semesterlicenties kunnen volgens de leverancier worden omgezet naar een gewone of onderwijslicentie, zodat je projectgegevens beschikbaar blijven. En omgekeerd: software die onder een studentlicentie is gekocht, mag niet op een computer van de instelling worden geïnstalleerd — instellingen die het aan hun studenten willen aanbieden, doen dat via multi-user- of campuslicenties.
Oordeel: een verstandige keuze als je begeleider of vakgroep in ATLAS.ti werkt en je op inhoudelijke ondersteuning kunt rekenen. Reken bij een semesterlicentie eerst uit of zes maanden je hele analyse- én schrijfperiode dekken.
4. MAXQDA — volwaardig, als iemand anders betaalt
MAXQDA is samen met NVivo het pakket dat je het vaakst tegenkomt in kwalitatief scriptieonderzoek. De fabrikant voert een aparte regeling voor studenten, maar lees de voorwaarden en tarieven op de dag van aankoop bij de bron: ze veranderen.
Eén technische waarschuwing die je een half uur kan schelen: het adres maxqda.com/students geeft een foutpagina terug. Die pagina is bijna 200 kB groot en oogt als een gewone pagina met inhoud, dus je kunt hem makkelijk voor een aanbod aanzien. Navigeer vanuit het menu op de hoofdsite in plaats van vanuit een geraden adres — en onthoud dat de HTTP-status uitmaakt en het uiterlijk niet, ook bij het verifiëren van bronnen voor je literatuurlijst.
Oordeel: de beste verhouding tussen mogelijkheden en moeite, maar alleen wanneer de toegang door je instelling of vakgroep is betaald. Vraag het na bij de opleiding of de bibliotheek voordat je zelf iets koopt.
5. NVivo — check eerst de licentie van je instelling
NVivo, tegenwoordig van Lumivero, is bij sommige opleidingen de facto standaard: er zijn vakken waarin de methodenpracticums er volledig in worden gegeven. In dat geval is de keuze eenvoudig, want je hebt zowel toegang als hulp.
Werkt op jouw faculteit niemand ermee, dan loont een eigen aanschaf zelden voor één scriptie. Prijzen en licentievarianten lees je bij de leverancier.
Oordeel: nemen als je het via je instelling krijgt; zo niet, begin bij Taguette.
Welke tool past bij wie?
| Jouw situatie | Kies |
|---|---|
| Twaalf interviews, thematische analyse, geen budget | Taguette |
| De methodenpracticums waren in NVivo | NVivo via je instellingslicentie |
| Je begeleider werkt in ATLAS.ti en biedt hulp aan | ATLAS.ti, jaarlicentie boven semesterlicentie |
| Je materiaal bevat ook opnamen of beeld | QualCoder |
| Je instelling heeft MAXQDA in de catalogus | MAXQDA |
| Je codeert samen met een tweede codeur | Een commercieel pakket, of Taguette op een gedeelde server |
Wat geen van deze programma’s voor je doet
Coderen. Het programma bewaart codes en toewijzingen, maar de beslissing dat een fragment “gebrek aan regie” betekent, is jouw interpretatie — en die wordt beoordeeld.
Verzadiging onderbouwen. Het moment waarop nieuwe interviews geen nieuwe categorieën meer opleveren, volgt uit je analyse en niet uit een teller. Hoe je die onderbouwing opschrijft — en hoe die zich verhoudt tot het berekenen van een steekproefomvang bij kwantitatief werk — staat in het stuk over hoeveel respondenten je nodig hebt.
Transcriberen. Je materiaal moet eerst worden uitgeschreven, en dat is een aparte fase met een eigen tijdsbeslag: reken in uren per uur opname, niet in minuten. Deze post wordt structureel te laag ingeschat en gooit vaker een planning om dan de analyse zelf.
Je hoofdstuk schrijven. Een geëxporteerde lijst citaten onder codes is materiaal, geen tekst. Dat materiaal omzetten in een lopend hoofdstuk — met een volgorde van thema’s, een inleiding per citaat en een interpretatie eromheen — is dezelfde stap die we beschrijven in het stappenplan voor het schrijven van je conclusie. Tesify bewaakt daarbij de structuur van je hoofdstukken en houdt je begrippen consistent. Werk je resultatenhoofdstuk uit in Tesify.
Hoe beschrijf je het programma in je scriptie?
In je methodehoofdstuk noem je de naam met versienummer en één zin over waarvoor je het hebt gebruikt: coderen, materiaalbeheer of rapportage. Beschrijf niet de functies van het programma, maar je eigen codeerprocedure — die is de methode. Waar dat hoofdstuk verder uit bestaat, en waar de operationalisering thuishoort, staat in de gids over het theoretisch kader.
Codeerde je samen met iemand anders, beschrijf dan hoe jullie tot overeenstemming kwamen. Dat is een kwaliteitscriterium van kwalitatieve analyse, en er wordt op de verdediging vaker naar gevraagd dan naar het programma zelf.
Eindaanbeveling
De volgorde van beslissen is simpel en bespaart geld. Kijk eerst of je instelling MAXQDA of NVivo aanbiedt; zo ja, neem dat, want daar zit ook ondersteuning bij. Zo niet, kijk waar je begeleider in werkt. Geeft ook dat geen uitsluitsel, begin dan bij Taguette en stap alleen over op QualCoder als je een concrete beperking tegenkomt.
Prijzen en licentievoorwaarden wijzigen tussen semesters en tussen landen; bevestig alles bij de leverancier en bij de bibliotheek van je eigen instelling voordat je aanschaft. Wij noemen daarom bewust geen bedragen: geen van de genoemde prijzen was op de productpagina’s betrouwbaar en actueel vast te stellen, en een verouderd bedrag is schadelijker dan geen bedrag.
Veelgestelde vragen
Kun je interviews ook in Word of Excel coderen?
Bij een paar korte interviews wel. Vanaf een stuk of tien wordt het terugvinden van citaten per code en het consistent benoemen ervan een probleem, en dan verdient een gratis specialistisch programma zich terug in tijd.
Is gratis software goed genoeg voor een masterscriptie?
Voor een gebruikelijke thematische analyse van een tiental interviews wel. De beoordeling gaat over je codeerprocedure en je interpretatie, niet over de naam van je software.
Doet zo’n programma de analyse voor je?
Nee. Het ordent materiaal en bewaart codes, maar elke toewijzing van een code aan een fragment is een interpretatieve keuze die je moet kunnen verantwoorden.
Kun je SPSS gebruiken voor interviewanalyse?
Niet hiervoor. SPSS en vergelijkbare pakketten werken met numerieke data; die categorie vergelijken we apart in het overzicht van statistiekprogramma’s voor je scriptie.
Hoe lang duurt het om zo’n programma te leren?
Taguette heb je in een uur onder de knie, juist omdat het weinig doet. Bij de commerciële pakketten kost het doorgaans enkele dagen werken met je eigen materiaal voordat ze tijd gaan besparen.
Wat gebeurt er met je project als een studentlicentie afloopt?
Dat verschilt per leverancier; ATLAS.ti geeft aan dat student- en semesterlicenties kunnen worden omgezet zodat je projectgegevens beschikbaar blijven. Ga dit na vóór je koopt en reken bij een semesterlicentie na of zes maanden je hele traject dekken.
Moet je in je scriptie vermelden welk programma je gebruikte?
Ja, dat hoort bij de beschrijving van je procedure: naam, versie en één zin over de rol van het programma in je analyse.
Kunnen deze programma’s overweg met Nederlandse tekst?
Ze verwerken tekst in elke taal, maar test dat op één eigen transcript voordat je je hele corpus uploadt. Eén bestand testen kost vijf minuten.
Heb je een tweede codeur nodig?
Bij een scriptie is dat meestal geen eis, maar op sommige opleidingen wel een verwachting. Vraag het je begeleider en leg de afspraak vast in je methodehoofdstuk.
Mag je transcriberen uitbesteden aan een automatische dienst?
Meestal wel, maar het resultaat vraagt correctie, en je moet nagaan waar de opnamen worden verwerkt omdat het om persoonsgegevens gaat. Gebruik van AI-hulpmiddelen valt bovendien onder de meldregels van je opleiding, zoals beschreven bij de vraag of je ChatGPT mag gebruiken voor je scriptie.
