Vragenlijst en interviewguide voor je scriptie: sjablonen en voorbeeldvragen (2026)

Je weet inmiddels of je gaat enquêteren of interviewen, en met welke tool. Wat er dan nog ligt is het lastigste stukje: de vragen zelf. Dit is ook het onderdeel dat als bijlage bij je scriptie komt en waar je begeleider letterlijk naar kijkt.

Hieronder staan twee sjablonen die je kunt overnemen en invullen: een complete vragenlijst met introductietekst en voorbeeldvragen, en een interviewguide met openingsvraag, kernvragen en doorvraagzinnen. Plus de twaalf vraagfouten die je data waardeloos maken.

Twijfel je nog tussen beide methoden, begin dan bij de beslisgids over kiezen tussen een enquête en een interview. Zoek je een platform, dan staat de vergelijking in het artikel over enquêtetools voor je scriptie.

Kijk eerst of het al bestaat

Voordat je zelf vragen gaat schrijven: voor veel constructen bestaat al een gevalideerde schaal. Die gebruiken is vrijwel altijd beter dan zelf verzinnen, want dan is al aangetoond dat de vragen meten wat ze beweren te meten, en hoef je dat zelf niet te onderbouwen.

Wat er per vakgebied bestaat, staat in de overzichten van gevalideerde meetschalen voor marketing, voor sociologie en meetinstrumenten voor verpleegkunde. Neem je een bestaande schaal over, vermeld dan de bron en verander er niets aan zonder dat te melden.

Zelf schrijven is wel nodig voor alles wat specifiek is voor jouw context: de procedure bij die ene organisatie, ervaringen met dat ene beleid. Daar bestaat geen schaal voor.

Sjabloon 1: de vragenlijst

Een vragenlijst heeft vijf blokken, altijd in deze volgorde.

Blok 1 — Introductietekst

Dit is tegelijk je informed-consenttekst. Neem hem letterlijk over en vul in.

“Fijn dat je meedoet. Ik ben [naam], student [opleiding] aan [instelling], en doe onderzoek naar [onderwerp in één zin]. Het invullen duurt ongeveer [X] minuten.

Je antwoorden zijn anoniem: ik verzamel geen naam, e-mailadres of andere gegevens waarmee je herkenbaar bent. De antwoorden worden alleen gebruikt voor dit afstudeeronderzoek, alleen in totalen gerapporteerd, en na de beoordeling verwijderd.

Deelname is vrijwillig. Je kunt op elk moment stoppen door het venster te sluiten; je antwoorden worden dan niet opgeslagen. Vragen? Mail me op [adres].

Door op ‘Volgende’ te klikken geef je aan dat je dit hebt gelezen en meedoet.”

Beloof hier niets dat je niet waarmaakt. Beweer je dat de data anoniem zijn, verzamel dan ook echt geen e-mailadres voor een verloting. Of je onderzoek langs een commissie moet, staat in het artikel over de ethische commissie en de WMO.

Blok 2 — Screeningvragen

Twee of drie vragen die bepalen of iemand bij je doelgroep hoort, met een uitstroomroute voor wie er niet bij hoort.

1. Heb je in de afgelopen twaalf maanden [de handeling] uitgevoerd? □ Ja □ Nee
(Bij ‘Nee’: doorsturen naar de afsluitpagina.)

Blok 3 — De kernvragen

Hier staan je meetvragen, gegroepeerd per onderwerp en met een kopje per blok. Begin makkelijk en concreet, eindig met wat abstracter of gevoeliger is.

Over je ervaring met de procedure

2. Hoeveel stappen heb je moeten doorlopen voordat je aanvraag was ingediend?
□ 1–2 □ 3–4 □ 5 of meer □ Weet ik niet meer

3. In hoeverre ben je het eens met de volgende uitspraken?
(1 = helemaal oneens, 5 = helemaal eens)

a. Het was mij duidelijk welke gegevens ik moest aanleveren. 1 2 3 4 5
b. Ik kon de aanvraag afronden zonder hulp van iemand anders. 1 2 3 4 5
c. Ik wist waar ik terechtkon als ik vastliep. 1 2 3 4 5

4. Welke stap kostte je de meeste moeite?
(open, maximaal enkele zinnen)

Let op de bouw van vraag 3: één instructieregel met de schaal, daarna korte uitspraken die allemaal dezelfde kant op staan. Dat scheelt lengte en leesfouten.

Blok 4 — Achtergrondvragen

Leeftijd, opleiding, functie, afdeling: alleen wat je nodig hebt voor je analyse. Achteraan, omdat ze saai zijn, en alleen als je ze echt gaat gebruiken. Elke achtergrondvraag die nergens in je resultaten terugkomt, was een vraag te veel.

Blok 5 — Afsluiting

“Dit waren alle vragen. Hartelijk dank voor je tijd. Wil je de uitkomsten ontvangen, mail dan naar [adres]; dat staat los van je antwoorden en maakt je niet herleidbaar.”

Close-up van een antwoordschaal met aangekruiste hokjes op een papieren enquete
Kies één schaal voor je hele vragenlijst. Wisselen tussen een vijf- en een zevenpuntsschaal levert meetfouten op.

Sjabloon 2: de interviewguide

Een semigestructureerde interviewguide is geen vragenlijst met open vragen. Het is een lijst onderwerpen met per onderwerp één openingsvraag en een paar doorvraagzinnen. Twee A4’tjes is genoeg; meer betekent dat je hem tijdens het gesprek gaat aflezen, en dan voer je geen gesprek maar een mondelinge enquête af.

Voor de opname begint
Doel van het gesprek in twee zinnen. Duur. Toestemming voor de opname. Anonimisering: namen en functies worden vervangen. Recht om te stoppen of een vraag over te slaan. Ruimte voor vragen. Dan pas opnemen.

1. Opening (2 minuten)
“Kun je me eerst kort vertellen wat je functie is en hoe lang je die hebt?”
Doel: op gang komen, geen data.

2. Ervaringsvraag als ingang (5 minuten)
“Neem me eens mee door de laatste keer dat je [de handeling] deed. Wat gebeurde er precies?”
Doorvragen: “En toen?” • “Wat deed je op dat moment?” • “Hoe liep dat af?”

3. Kernonderwerp A — [naam onderwerp] (10 minuten)
“Wat maakte dat [onderdeel] voor jou makkelijk of juist lastig?”
Doorvragen: “Kun je daar een voorbeeld van geven?” • “Wat bedoel je met [hun woord]?” • “Gebeurt dat vaker?”

4. Kernonderwerp B — [naam onderwerp] (10 minuten)
“Als je één ding zou mogen veranderen aan [onderwerp], wat zou dat zijn?”
Doorvragen: “Waarom juist dat?” • “Wat zou er dan anders gaan?”

5. Afsluiting (3 minuten)
“Is er iets belangrijks dat we niet hebben besproken?”
“Mag ik je nog benaderen als ik iets wil natrekken?”
Bedanken. Opname uit.

De sterkste vraag in dit sjabloon is nummer 2: vragen naar een concrete laatste keer in plaats van naar een algemeen oordeel. “Wat vind je van de procedure?” levert een mening op; “neem me mee door de laatste keer” levert gedrag op, en daar kun je iets mee.

De tijden zijn schattingen om je te helpen plannen, niet om je aan vast te houden. Vraag 5 is niet optioneel: het is de vraag waar de bruikbaarste antwoorden uit komen.

Twee studenten oefenen een interview aan een tafel met een topiclijst erbij
Eén proefinterview kost een uur en verandert altijd iets aan je guide. Sla het niet over.

De twaalf vraagfouten

  1. Dubbele vraag. “Vind je de procedure duidelijk en snel?” Splits.
  2. Sturende vraag. “Vind je ook dat de procedure te ingewikkeld is?” Haal het oordeel eruit.
  3. Vakjargon. Woorden die alleen in jouw scriptie bestaan, niet in het hoofd van je respondent.
  4. Ontkenning. “Ik vind het niet onduidelijk” met een oneens-schaal. Onleesbaar.
  5. Geen uitwijkmogelijkheid. Als “niet van toepassing” of “weet ik niet” ontbreekt, gokken mensen.
  6. Overlappende categorieën. “0–5, 5–10, 10–15”: waar valt 5?
  7. Geheugenvraag over een te lange periode. “Hoe vaak in het afgelopen jaar?” wordt geschat, niet herinnerd.
  8. Gevoelige vraag te vroeg. Inkomen of conflicten horen achterin, nooit als vraag 2.
  9. Wisselende schalen. Eerst vijf punten, dan zeven. Kies één schaal per vragenlijst.
  10. Een open vraag als je een categorie wilt. Dan mag jij achteraf duizend vrije antwoorden coderen.
  11. Verplichte vragen op alles. Levert afhakers op, en afhakers zijn erger dan lege velden.
  12. Een vraag zonder analyseplan. Weet je niet in welke tabel het antwoord terechtkomt, schrap hem.

Die laatste is de strengste en bespaart het meeste werk. Loop je hele vragenlijst langs met je deelvragen ernaast; elke vraag hoort bij precies één deelvraag. Hoe je dit vastlegt in je methodehoofdstuk, zie je in het uitgewerkte voorbeeld van een methode-hoofdstuk, en de koppeling tussen begrip en vraag in het artikel over operationaliseren.

Testen voordat je uitzet

Een pretest is geen luxe en kost een uur. Leg je vragenlijst voor aan drie mensen uit je doelgroep en vraag ze hardop te denken terwijl ze invullen. Je zoekt naar aarzeling: elke plek waar iemand stokt is een vraag die anders gelezen wordt dan jij bedoelde.

Bij een interviewguide doe je hetzelfde met één proefinterview, liefst met een medestudent die je onderwerp niet kent. Daarna weet je of je onderwerpen in de goede volgorde staan en of je met je tijd uitkomt. Noem die pretest in je methodehoofdstuk en zeg wat je hebt aangepast; dat is een pluspunt, geen bekentenis.

Neem het uiteindelijke instrument altijd op als bijlage. Zonder bijlage kan niemand nagaan wat je precies hebt gevraagd, en dan is je onderzoek niet reproduceerbaar. Hoeveel respondenten je nodig hebt, bereken je met de uitleg over steekproefomvang en poweranalyse.

Van je deelvragen naar een instrument dat klopt

Tesify helpt je per deelvraag de vragen te formuleren die hem daadwerkelijk beantwoorden, in de vorm die bij je gekozen methode past, en houdt bij welke deelvraag nog geen enkele vraag heeft. Meer dan 9.000 studenten gebruikten Tesify voor ruim 15.000 hoofdstukken, en je schrijft elke zin nog steeds zelf.

Stel je instrument op in Tesify

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen mag een vragenlijst bevatten?

Reken met invultijd in plaats van met aantallen: boven de tien minuten loopt het afhaakpercentage snel op. Vijftien tot vijfentwintig goed gekozen vragen is voor een scriptie meestal genoeg.

Hoeveel vragen zet ik in een interviewguide?

Drie tot vijf onderwerpen met per onderwerp één openingsvraag en een paar doorvraagzinnen. Een guide van meer dan twee bladzijden ga je aflezen, en dan verlies je precies wat een interview oplevert.

Vijf- of zevenpuntsschaal?

Vijf punten is voor de meeste scripties prima en makkelijker in te vullen; zeven geeft iets meer spreiding. Belangrijker dan de keuze is dat je één schaal aanhoudt in je hele vragenlijst.

Moet ik een neutrale middenoptie aanbieden?

Meestal wel, omdat mensen anders een mening moeten kiezen die ze niet hebben. Wil je ze dwingen te kiezen, gebruik dan een even aantal punten en verantwoord die keuze in je methodehoofdstuk.

Mag ik mijn vragenlijst aanpassen terwijl hij loopt?

Liever niet: je krijgt dan twee groepen die niet dezelfde vraag hebben beantwoord. Moet het toch, noteer dan het moment en analyseer beide groepen apart, en meld het in je beperkingen.

Moet mijn interviewguide in de bijlage?

Ja, net als je vragenlijst en je codeboek. Het instrument is wat je onderzoek navolgbaar maakt; zonder bijlage kan niemand controleren wat je precies hebt gevraagd.

Mag ik mijn interviews laten transcriberen door software?

Meestal wel, mits je let op waar de opname wordt verwerkt in verband met de AVG, en mits je het transcript zelf nakijkt. De vergelijking van opties staat in het artikel over transcriptiesoftware voor je interviews.

Wat doe ik met respondenten die de vragenlijst half invullen?

Leg vooraf vast wat je ondergrens is, bijvoorbeeld alleen respondenten die alle kernvragen hebben beantwoord, en rapporteer hoeveel er om die reden afvallen. Achteraf besluiten welke gevallen je meeneemt, is een keuze die je resultaten stuurt.

Mag ik een beloning uitloven voor deelname?

Vaak wel, maar het kan je anonimiteitsbelofte breken zodra je contactgegevens moet verzamelen. Los dat op met een aparte tweede vragenlijst voor de verloting, die niet aan de antwoorden is gekoppeld.