Waar komen de eerstejaars vandaan? Vooropleiding van hbo- en wo-instroom in CBS-cijfers

In het studiejaar 2025/’26 begonnen 135.490 mensen voor het eerst aan een bacheloropleiding in het Nederlandse hoger onderwijs. In het hbo kwam 45 procent daarvan van de havo en 33 procent uit het mbo; in het wo kwam de helft rechtstreeks van het vwo. Die twee instroomprofielen verschillen zo sterk dat ze bijna twee verschillende onderwijsstelsels beschrijven.

Alle cijfers hieronder komen uit CBS-tabel 85422NED, “Hoger onderwijs; eerstejaarsstudenten, vooropleiding en opleidingsfase”, geraadpleegd via de open-data-API van het CBS. De reeks loopt vanaf 2011/’12; de cijfers tot en met 2024/’25 zijn definitief en die over 2025/’26 zijn voorlopig. Ze gaan over bekostigde instellingen plus enkele aangewezen instellingen, en zijn afgerond op tientallen.

Waar de eerstejaars vandaan komen

De tabel telt eerstejaars in de bachelorfase — inclusief doctoraalopleidingen — naar de vooropleiding waarmee ze binnenkomen. Voor 2025/’26 ziet dat er zo uit.

Vooropleiding Hbo bachelor Aandeel hbo Wo bachelor Aandeel wo
Havo-diploma 42.070 45,2% 140 0,2%
Vwo-diploma 7.830 8,4% 28.880 50,0%
Mbo/Bol-diploma 30.380 32,7% 50 0,1%
Hbo-propedeuse 5.520 9,6%
Hbo-diploma 4.920 8,5%
Wo-diploma 650 0,7%
Wo zonder diploma 70 0,1%
Overige vooropleidingen 12.020 12,9% 18.280 31,6%
Totaal 93.010 100% 57.780 100%

Drie dingen springen eruit.

De havo en het mbo dragen samen bijna 78 procent van het hbo. Dat is de kern van de hbo-instroom: 42.070 havisten en 30.380 mbo’ers. Het vwo levert het hbo maar 7.830 eerstejaars, ongeveer een op de twaalf.

Het wo krijgt de helft van zijn eerstejaars van het vwo, en nog eens 10.440 via het hbo — 5.520 met alleen een propedeuse en 4.920 met een volledig hbo-diploma. Die hbo-route is samen goed voor 18,1 procent van de wo-instroom en is daarmee een substantieel grotere toevoerlijn dan vaak wordt aangenomen.

De categorie “overige vooropleidingen” is in het wo enorm: 18.280 eerstejaars, bijna een derde. In het hbo is die groep met 12.020 relatief kleiner. Wat er in die restcategorie zit, staat niet in deze tabel — buitenlandse diploma’s zijn er een belangrijk deel van, en hoe groot de internationale instroom is, is te zien in de cijfers over internationale studenten in Nederland. De tabel zelf specificeert het niet, en wij vullen dat hier niet in.

Het hbo leunt op havo en mbo, het wo op het vwo
Twee sectoren, twee totaal verschillende instroomprofielen: het hbo draait op havo en mbo, het wo op het vwo.

Het totaal klopt niet als je hbo en wo optelt — en dat is geen fout

Tel de twee kolommen op en je krijgt 150.790. De tabel geeft voor het hoger onderwijs als geheel echter 135.490 bachelor-eerstejaars. Er zit dus 15.300 verschil in, ruim tien procent.

Deze keer is de verklaring niet ondoorzichtig: het CBS zet hem in de tabeltoelichting zelf. “Een ingeschrevene die de overstap maakt van het hbo naar het wo (of omgekeerd van het wo naar het hbo) is twee maal eerstejaarsstudent: één maal in het hbo en één maal in het wo. Deze persoon is echter maar één maal eerstejaarsstudent hoger onderwijs.”

Met andere woorden: wie eerst in het hbo begint en later overstapt naar het wo, telt in beide sectoren mee maar in het stelseltotaal één keer. Het verschil van 15.300 is dus grofweg de omvang van de dubbeltelling door sectorwisselaars. Dat is precies de orde van grootte van de hbo-propedeuse- plus hbo-diplomaroute naar het wo (10.440) plus de wo-routes naar het hbo (720) plus stroomverkeer dat in andere categorieën terechtkomt.

Sectorwisselaars tellen in twee sectoren mee maar één keer in het stelseltotaal
Wie van hbo naar wo overstapt, is twee keer sectoreerstejaars en één keer stelseleerstejaars. Dat is het hele verschil van 15.300.

Wat dit voor je scriptie betekent: gebruik nooit hbo + wo als je het over “het hoger onderwijs” hebt. Neem het door het CBS gepubliceerde ho-totaal, of noem hbo en wo apart. Dit is een van de meest gemaakte fouten in studentenscripties met onderwijsdata, en een begeleider die de tabel kent, ziet hem meteen.

De daling sinds 2020/’21

Het studiejaar 2020/’21 was een uitschieter — het eerste coronajaar, met een havo- en vwo-lichting die zonder centraal eindexamen slaagde en een arbeidsmarkt die stilviel. Sindsdien daalt de instroom vrijwel onafgebroken.

Studiejaar Hbo totaal waarvan havo waarvan mbo Wo totaal waarvan vwo
2019/’20 103.420 47.230 34.160 59.310 32.420
2020/’21 113.990 53.260 38.770 67.090 37.090
2021/’22 102.120 43.970 35.850 64.560 31.850
2022/’23 95.560 41.100 32.070 61.450 30.270
2023/’24 93.650 40.550 30.270 60.470 30.050
2024/’25 94.210 43.390 29.300 59.770 30.530
2025/’26* 93.010 42.070 30.380 57.780 28.880

* voorlopige cijfers

Van de piek in 2020/’21 naar 2025/’26 verloor het hbo 20.980 bachelor-eerstejaars, een daling van 18,4 procent. Het wo verloor er 9.310, oftewel 13,9 procent. De hbo-daling is dus niet alleen groter in absolute aantallen maar ook steiler.

De scherpste daling zit in de mbo-doorstroom: van 38.770 in 2020/’21 naar 30.380 nu, een min van 21,6 procent. De havo-instroom daalde met 21,0 procent, maar veerde in 2024/’25 kort op naar 43.390 voordat hij weer zakte. In het wo daalde de vwo-instroom met 22,1 procent ten opzichte van de piek — sterker dan het wo-totaal, wat betekent dat de niet-vwo-routes naar het wo hun aandeel juist vergroten.

Voor wie de vergelijking met het jaar ervoor wil maken: het hbo verloor tussen 2024/’25 en 2025/’26 nog eens 1.200 eerstejaars en het wo 1.990. De mbo-instroom is de enige stroom die in dat laatste jaar juist steeg, van 29.300 naar 30.380. Of dat een kentering is of ruis binnen de afronding op tientallen, valt uit één jaar niet op te maken — met een reeks die pas in 2011/’12 begint en een voorlopig eindpunt is één jaar verschil geen trend.

Hoe je deze tabel zelf ophaalt

85422NED is via de open-data-API van het CBS te bevragen zonder account. De tabel heeft vijf dimensies: Geslacht, Onderwijssoort, Vooropleiding, Opleidingsfase en Perioden, met één meetvariabele (Eerstejaarsstudenten, eenheid “aantal”, nul decimalen).

Twee dingen om te weten voordat je begint. Ten eerste: de categorie Opleidingsfase heeft naast bachelor en master een totaal, en als je dat totaal per ongeluk combineert met vooropleiding krijg je masterinstroom in je bachelorcijfers. Alle cijfers hierboven staan op de bachelorfase. Ten tweede: sommige combinaties zijn leeg in plaats van nul — een hbo-propedeuse als vooropleiding voor een hbo-bachelor kan logisch niet voorkomen, en het CBS laat die cel dan blanco. Behandel die blanco’s niet als nullen in je eigen berekeningen.

De algemene werkwijze voor het CBS als bron — welke tabel je kiest, hoe je hem citeert en hoe je de peildatum verantwoordt — staat in de uitleg over CBS StatLine als bron voor je scriptie.

Wat de cijfers niet verklaren

Een daling van 18 procent in vijf jaar roept meteen de vraag op waaróm. Die vraag beantwoordt deze tabel niet, en dat is een belangrijke beperking om te noemen als je hem citeert. 85422NED telt inschrijvingen naar vooropleiding; hij bevat geen variabele voor motief, financiële situatie, arbeidsmarkt of beleidswijziging.

Wat je wél verantwoord kunt zeggen, is dat de daling zich in alle grote toevoerroutes tegelijk voordoet — havo, vwo en mbo dalen alle drie ten opzichte van 2020/’21 — en dus niet aan één schakel in het voortgezet onderwijs is toe te schrijven. Wat je niet kunt zeggen, is dat studenten “vaker kiezen voor werk” of dat “het bindend studieadvies afschrikt”, zolang je daar geen bron bij hebt. Dat onderscheid tussen wat de data toont en wat je erbij bedenkt, is precies waar een tweede lezer een cijferhoofdstuk op beoordeelt.

Let bij het interpreteren ook op de piek zelf. 2020/’21 is een uitzonderlijk jaar en geen normale basislijn. Zet je de daling af tegen 2019/’20 in plaats van tegen de piek, dan is het beeld voor het hbo een min van 10,1 procent en voor het wo een min van 2,6 procent — nog steeds een daling, maar minder dan de helft zo dramatisch. Welk basisjaar je kiest, bepaalt dus je conclusie, en je hoort te verantwoorden waarom je het gekozen hebt.

Waar deze cijfers wel en niet over gaan

De afbakening is strikter dan de titel suggereert, en dat is precies wat een tweede lezer nakijkt.

  • Peildatum is 1 oktober. Wie zich later inschrijft, telt pas het volgende studiejaar als eerstejaars.
  • Eerstejaars betekent: voor het eerst in het hoger onderwijs, waarbij het CBS voor die eerste inschrijving terugkijkt tot 1986. Het is dus geen jaarlijkse teller van iedereen die aan iets nieuws begint.
  • Alleen de hoofdinschrijving telt bij meerdere inschrijvingen in hetzelfde jaar.
  • Alleen bekostigde en enkele aangewezen instellingen. Particuliere opleidingen zitten er niet in.
  • Afronding op tientallen. Het CBS waarschuwt zelf dat de som van de details daardoor kan afwijken van het totaal — in de hbo-kolom hierboven tellen de onderdelen op tot 93.020 tegen een gepubliceerd totaal van 93.010.

Die laatste is het soort detail waar een scriptie op wordt afgerekend als je het niet noemt en wordt gewaardeerd als je het wel noemt. Hoeveel eerstejaars uiteindelijk een diploma halen is een heel andere vraag, met een heel andere tabel: die staat in de cohortcijfers over diplomarendement.

Wat je hiermee kunt in je eigen onderzoek

Deze tabel is bruikbaar als context-hoofdstuk, maar hij is vooral bruikbaar als vergelijkingsbasis. Doe je onderzoek binnen één opleiding of hogeschool, dan kun je je eigen respondentensamenstelling naast de landelijke instroomverdeling leggen: is jouw steekproef met 60 procent mbo-instromers representatief voor een hbo-opleiding, of niet?

Dat is een sterker methodologisch argument dan een algemene opmerking over representativiteit, omdat je het aan een gepubliceerd cijfer met een bronvermelding hangt. Hoe je zo’n verantwoording opschrijft en welke bronvermelding erbij hoort, staat in de gids voor APA 7-bronvermelding.

Een cijferhoofdstuk kost vooral tijd in het consistent houden van getallen die je op vijf plekken noemt. Tesify houdt je cijfers, bronnen en verwijzingen bij elkaar terwijl je schrijft. Begin je scriptie in Tesify en laat je tabellen en je tekst niet uit elkaar lopen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel eerstejaars begonnen er in 2025/’26 aan een bachelor?

135.490 in het hoger onderwijs als geheel: 93.010 in het hbo en 57.780 in het wo. Die twee tellen niet op tot het ho-totaal omdat sectorwisselaars in beide sectoren meetellen.

Hoeveel hbo-eerstejaars komen uit het mbo?

30.380 in 2025/’26, oftewel 32,7 procent van de hbo-bachelorinstroom. In 2020/’21 waren dat er nog 38.770.

Hoeveel wo-studenten komen via het hbo binnen?

10.440 in 2025/’26: 5.520 met een hbo-propedeuse en 4.920 met een hbo-diploma. Samen 18,1 procent van de wo-bachelorinstroom.

Waarom tellen hbo en wo niet op tot het totaal?

Omdat iemand die van hbo naar wo overstapt in beide sectoren eerstejaars is, maar in het hoger onderwijs als geheel maar één keer. Het CBS legt dat in de tabeltoelichting uit.

Welke CBS-tabel is dit?

85422NED, “Hoger onderwijs; eerstejaarsstudenten, vooropleiding en opleidingsfase”. De reeks begint bij studiejaar 2011/’12 en werd op 10 april 2026 geactualiseerd.

Zijn de cijfers over 2025/’26 definitief?

Nee, die zijn voorlopig. Alles tot en met 2024/’25 is definitief. Vermeld die status als je het cijfer citeert.

Wat zit er in “overige vooropleidingen”?

Dat specificeert deze tabel niet. Buitenlandse diploma’s vormen er een belangrijk deel van, zeker in het wo, maar de tabel splitst de categorie niet uit — schrijf er dus geen samenstelling aan toe.

Waarom staan er lege cellen in de tabel?

Het CBS gebruikt blanco voor combinaties die logisch niet kunnen voorkomen, en een punt voor cijfers die onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim zijn. Die twee betekenen niet hetzelfde en geen van beide betekent nul.

Kan ik deze cijfers per instelling krijgen?

Niet uit deze tabel. 85422NED gaat over onderwijssoort, niet over afzonderlijke hogescholen of universiteiten.

Wanneer komen de cijfers over 2026/’27?

Het CBS meldt dat de voorlopige cijfers over studiejaar 2026/’27 in het eerste kwartaal van 2027 beschikbaar komen.