Hoeveel internationale studenten telt Nederland? De CBS-cijfers voor 2025/’26

In studiejaar 2025/’26 telde het Nederlandse hoger onderwijs 130.190 studenten met een niet-Nederlandse nationaliteit op 773.270 ingeschrevenen: 16,8 procent. In het wo is dat 27,3 procent en in het hbo 8,8 procent — een verschil van meer dan een factor drie tussen twee sectoren die vaak in één zin worden genoemd.

Hieronder de volledige reeks, de uitsplitsing naar bachelor en master, het aandeel onder eerstejaars en de ranglijst van nationaliteiten. Alle cijfers komen uit twee CBS-tabellen die op 10 april 2026 zijn bijgewerkt en tot en met 2025/’26 lopen: Hoger onderwijs; internationale studenten, onderwijskenmerken (85125NED) en Hoger onderwijs; internationale studenten, nationaliteit (85124NED). Ze zijn opgehaald op 18 augustus 2026.

Hoeveel internationale studenten zijn er, en hoe verhoudt zich dat tot het totaal?

Studiejaar Ingeschreven ho Internationaal Aandeel
2015/’16 701.120 63.080 9,0%
2020/’21 817.270 103.630 12,7%
2023/’24 801.320 127.920 16,0%
2024/’25 788.730 131.010 16,6%
2025/’26 773.270 130.190 16,8%

Bron: CBS, tabel 85125NED, mannen en vrouwen samen, alle studierichtingen en opleidingsfasen.

Twee bewegingen die je alleen ziet als je beide kolommen naast elkaar legt. Ten eerste: 2025/’26 is het eerste jaar in deze reeks waarin het absolute aantal internationale studenten daalt, van 131.010 naar 130.190, een afname van 820. Ten tweede: het aandeel stijgt in datzelfde jaar toch, van 16,6 naar 16,8 procent. Dat is geen tegenspraak maar rekenkunde — het totaal daalde met 15.460 studenten en dus sneller dan de internationale groep.

Dit is precies het soort reeks waarin een verkeerd gekozen zin een scriptie onderuithaalt. „Het aantal internationale studenten blijft stijgen” is voor 2025/’26 onjuist; „het aandeel internationale studenten blijft stijgen” is juist. Schrijf dus altijd op of je het over aantallen of over aandelen hebt.

Het aandeel internationale studenten verschilt sterk tussen hbo en wo
Eén land, twee totaal verschillende plaatjes: 8,8 procent in het hbo tegen 27,3 procent in het wo. Een uitspraak over „het Nederlandse hoger onderwijs” die dat niet splitst, is bijna altijd misleidend.

Hoe groot is het verschil tussen hbo en wo?

Studiejaar Hbo internationaal Aandeel hbo Wo internationaal Aandeel wo
2015/’16 26.440 6,0% 36.690 14,0%
2020/’21 32.920 6,7% 70.820 21,4%
2023/’24 37.770 8,2% 90.280 26,3%
2024/’25 38.570 8,6% 92.600 27,1%
2025/’26 38.660 8,8% 91.660 27,3%

Over tien studiejaren is het wo-aandeel bijna verdubbeld, van 14,0 naar 27,3 procent, terwijl het hbo-aandeel van 6,0 naar 8,8 procent ging. In absolute aantallen groeide het wo met bijna 55.000 internationale studenten en het hbo met ruim 12.000. Dat de twee sectoren hier zo uiteenlopen is geen toeval maar hangt samen met hun opdracht en opleidingsstructuur; die verschillen zetten we uiteen in het stuk over het verschil tussen een hbo-scriptie en een wo-thesis.

Ook hier is 2025/’26 het kantelpunt: het wo verliest 940 internationale studenten ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl het hbo er 90 bij krijgt. De totale daling komt dus geheel uit het wo. De ontwikkeling van de totale studentenaantallen achter deze percentages staat in het overzicht over hoeveel studenten het Nederlandse hoger onderwijs telt.

Waar zitten die studenten: bachelor of master?

Onderwijssoort en fase Ingeschreven Internationaal Aandeel
Hbo, bachelor- en doctoraalfase 424.840 34.220 8,1%
Hbo, master- en vervolgfase 15.380 4.440 28,9%
Wo, bachelor- en doctoraalfase 211.470 55.280 26,1%
Wo, master- en vervolgfase 124.460 36.380 29,2%

Cijfers voor 2025/’26 uit tabel 85125NED. Het opvallendste getal staat in de tweede rij: de hbo-master, met slechts 15.380 ingeschrevenen, is met 28,9 procent bijna even internationaal als de wo-master. Wie „het hbo is nauwelijks geïnternationaliseerd” schrijft, mist dat de hbo-masterfase een heel ander beeld geeft dan de hbo-bachelorfase.

En onder eerstejaars?

Daar is het beeld scherper, want instroomcijfers reageren sneller dan het totale bestand.

Groep 2025/’26 Ingeschreven Internationaal Aandeel
Hbo, eerstejaars 95.340 10.870 11,4%
Hbo, ouderejaars 344.870 27.790 8,1%
Wo, eerstejaars 71.500 28.060 39,2%
Wo, ouderejaars 264.430 63.610 24,1%

Bijna vier op de tien wo-eerstejaars in 2025/’26 heeft een niet-Nederlandse nationaliteit. Dat percentage ligt ruim vijftien procentpunten boven dat van de wo-ouderejaars, en het is het cijfer waar het publieke debat over internationalisering feitelijk over gaat — niet het gemiddelde van 16,8 procent over het hele stelsel.

Uit welke landen komen ze?

Tabel 85124NED verdeelt dezelfde 130.190 studenten over nationaliteiten. Voor 2025/’26 is het beeld overweldigend Europees: 98.950 studenten, 76,0 procent van het totaal, heeft een Europese niet-Nederlandse nationaliteit. Azië volgt met 23.350 en Amerika met 5.370.

Nationaliteit Aantal 2025/’26
Duits 18.310
Italiaans 8.720
Roemeens 7.690
Spaans 6.780
Pools 5.980
Belgisch 5.310
Chinees 5.100
Bulgaars 5.090
Frans 4.880
Grieks 4.800
Turks 3.950
Hongaars 3.720
Indiaas 3.700
Portugees 3.100

Duitsland alleen al is goed voor 14,1 procent van alle internationale studenten en is ruim twee keer zo groot als de nummer twee. De Chinese groep, die in de publieke discussie veel aandacht krijgt, staat met 5.100 op de zevende plaats en is kleiner dan de Poolse. Voor wat deze studenten betalen maakt de nationaliteit trouwens wél verschil: het onderscheid tussen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld leggen we uit in het overzicht van het collegegeld in Nederland.

Ranglijst van nationaliteiten onder internationale studenten in Nederland
Eén nationaliteit domineert de ranglijst: de Duitse groep is bijna twee keer zo groot als de Italiaanse en groter dan de Chinese, Indiase en Turkse groep bij elkaar.

Methodologie en beperkingen

  • Definitie. Het CBS rekent hier met nationaliteit, niet met woonland vóór de studie en niet met de vraag of iemand naar Nederland is verhuisd om te studeren. Een student met een Duits paspoort die haar hele leven in Nederland woont, telt in deze tabellen mee als internationale student. Vermeld die definitie als je het cijfer citeert.
  • Reikwijdte. De tabellen gaan over door de overheid bekostigde instellingen, aangevuld met enkele aangewezen instellingen: vanaf 2015/’16 de theologische universiteiten en de Universiteit voor Humanistiek, en vanaf 2016/’17 de Transnationale Universiteit Limburg. Niet-bekostigd onderwijs zit er niet in.
  • 🔴 Hbo en wo tellen niet op tot het ho-totaal. Voor 2025/’26 is de som van hbo en wo 776.150 tegen 773.270 voor het ho, en bij de eerstejaars is het verschil groot: 95.340 plus 71.500 tegen 149.040 voor het ho. Combineer die reeksen dus niet zonder eerst de toelichting bij de tabel te lezen — wij doen in dit artikel geen uitspraak over de oorzaak, omdat die niet uit de cijfers zelf volgt.
  • Afronding. Aantallen zijn op tientallen afgerond, waardoor kolommen niet exact optellen. De percentages in dit artikel zijn berekend uit de afgeronde waarden.
  • Geen uitspraak over oorzaken. De daling in 2025/’26 valt samen met een publiek debat over internationalisering, maar deze tabellen bevatten geen verklaring. Wil je een oorzaak noemen, onderbouw die dan met een aparte bron.
  • Tabelnummers wijzigen. CBS-tabellen worden bij een revisie vervangen door een opvolger met een ander nummer. Controleer vóór het inleveren of 85124NED en 85125NED nog de actuele reeksen zijn.

Wat betekent dit als je hierover schrijft?

Drie regels die het verschil maken tussen een citeerbaar cijfer en een cijfer waar je tweede lezer overheen valt.

  1. Kies je noemer bewust en noem hem. Hetzelfde verschijnsel is 16,8 procent op stelselniveau, 27,3 procent in het wo en 39,2 procent onder wo-eerstejaars. Alle drie zijn juist; alleen de derde beschrijft de instroom van dit jaar.
  2. Splits altijd naar sector. Een gemiddelde over hbo en wo verbergt een verschil van meer dan een factor drie en is daarmee zelden een bruikbare beschrijving.
  3. Gebruik minstens vijf jaren voor een trenduitspraak. Een vergelijking tussen alleen 2024/’25 en 2025/’26 suggereert een omslag; in de volle reeks vanaf 2015/’16 is dezelfde beweging één afvlakkend jaar aan het eind van een lange stijging.

Wil je een uitspraak doen over een specifieke instelling of studierichting, dan heb je een andere selectie uit dezelfde tabellen nodig — of de jaarcijfers van de instelling zelf. De landelijke totalen hierboven kunnen die vraag principieel niet beantwoorden.

Hoe citeer je deze cijfers?

Met vier elementen: de instelling, de tabelnaam, het tabelnummer en het studiejaar, plus je raadpleegdatum. Bijvoorbeeld: CBS, „Hoger onderwijs; internationale studenten, onderwijskenmerken” (85125NED), studiejaar 2025/’26, geraadpleegd op 18 augustus 2026. Zonder tabelnummer is een CBS-cijfer een jaar later niet meer terug te vinden. Hoe je zo’n tabel zelf ophaalt en de juiste selectie maakt, staat stap voor stap in het stuk over CBS StatLine als bron voor je scriptie.

Gebruik dit soort cijfers in je inleiding om de omvang van je onderwerp vast te leggen, niet als argument — het argument komt uit je eigen onderzoek. En kies je eenheid bewust: het percentage wo-eerstejaars, het absolute aantal of het aandeel over het hele stelsel vertellen drie verschillende verhalen over dezelfde werkelijkheid.

Tesify houdt de cijfers die je overneemt consistent tussen je inleiding, je resultaten en je conclusie, inclusief het jaartal en de bronvermelding. Begin met schrijven in Tesify en voorkom dat een bijgewerkt cijfer maar op één plek verandert.

Veelgestelde vragen

Hoeveel internationale studenten telt Nederland?

130.190 in studiejaar 2025/’26, op 773.270 ingeschrevenen in het hoger onderwijs: 16,8 procent. Bron: CBS, tabel 85125NED.

Is het aantal internationale studenten aan het dalen?

Het absolute aantal daalde in 2025/’26 voor het eerst in deze reeks, van 131.010 naar 130.190. Het aandeel steeg wel, van 16,6 naar 16,8 procent, omdat het totale aantal studenten sneller afnam.

Waar zitten de meeste internationale studenten, in het hbo of het wo?

In het wo, zowel absoluut als relatief: 91.660 studenten en 27,3 procent, tegen 38.660 en 8,8 procent in het hbo.

Welk deel van de wo-eerstejaars is internationaal?

39,2 procent in 2025/’26: 28.060 van de 71.500 wo-eerstejaars. Bij hbo-eerstejaars is dat 11,4 procent.

Uit welk land komen de meeste internationale studenten?

Duitsland, met 18.310 studenten in 2025/’26 — 14,1 procent van alle internationale studenten en ruim twee keer zoveel als de tweede groep, Italië met 8.720.

Hoeveel internationale studenten komen uit Europa?

98.950, oftewel 76,0 procent van het totaal. Azië volgt met 23.350 en Amerika met 5.370.

Wat verstaat het CBS onder een internationale student?

Een student met een niet-Nederlandse nationaliteit. Het criterium is dus het paspoort en niet de vraag of iemand voor de studie naar Nederland is verhuisd; vermeld dat als je het cijfer citeert.

Zitten alle hogescholen en universiteiten in deze cijfers?

De tabellen gaan over door de overheid bekostigde instellingen, aangevuld met de theologische universiteiten en de Universiteit voor Humanistiek vanaf 2015/’16 en de Transnationale Universiteit Limburg vanaf 2016/’17.

Waarom tellen hbo en wo niet op tot het totaal?

De som van beide sectoren wijkt af van het ho-totaal, bij de eerstejaars zelfs aanzienlijk. Lees de toelichting bij de tabel voordat je de reeksen combineert; wij noemen geen oorzaak die niet uit de cijfers zelf blijkt.

Hoe actueel zijn deze cijfers?

Beide tabellen zijn op 10 april 2026 bijgewerkt en lopen tot en met studiejaar 2025/’26. Haal ze opnieuw op voordat je je scriptie inlevert en vermeld je raadpleegdatum.