Het voorwerk van je scriptie is het deel dat het snelst te maken is en het laatst wordt gemaakt. Het gevolg is bekend: een titelpagina die twee uur voor de deadline in elkaar wordt gezet, met een studentnummer dat ontbreekt en een inleverdatum die nog van de vorige poging is.
Hieronder staat welke onderdelen op een titelpagina horen, in welke volgorde het voorwerk wordt gelegd, en welke opmaakeisen je moet opzoeken in plaats van overnemen. De knoppen waarmee je dit in Word regelt — kopstijlen, secties, paginanummering en de automatische inhoudsopgave — staan in de aparte gids over een scriptieopzet maken in Word. Dit artikel gaat over wat er op die bladzijden moet staan.
Er bestaat geen landelijke opmaaknorm
Dit is de belangrijkste zin van dit artikel: voor de opmaak van een Nederlandse scriptie bestaat geen landelijke standaard. De APA-richtlijnen, die bij de meeste opleidingen verplicht zijn, gaan over bronvermelding en niet over je kantlijn of je lettergrootte. De Nederlandse uitwerking daarvan — De APA-richtlijnen uitgelegd: Een praktische handleiding voor bronvermelding in het hoger onderwijs, gemaakt door de Werkgroep APA van elf informatiespecialisten van negen hogescholen, in samenwerking met SURF en het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken — gaat over verwijzen en citeren.
Je marges, lettertype en regelafstand komen dus ergens anders vandaan: uit de scriptiehandleiding of het beoordelingsformulier van je eigen opleiding, en soms uit een Word-sjabloon dat je opleiding aanlevert. Is er een sjabloon, gebruik dat dan en wijzig er niets aan. Is er geen sjabloon, dan mag je zelf kiezen, mits je consequent bent.
De titelpagina: acht onderdelen
Vrijwel elke Nederlandse scriptiehandleiding vraagt dezelfde acht gegevens. De volgorde varieert, de gegevens zelf nauwelijks.
| Onderdeel | Let op |
|---|---|
| Titel | De volledige titel, niet de werktitel. Eventueel een ondertitel na een dubbele punt. |
| Type document | “Afstudeeronderzoek”, “Bachelorscriptie” of “Masterscriptie”, plus het aantal EC als je opleiding daarom vraagt. |
| Naam en studentnummer | Het studentnummer wordt het vaakst vergeten en is bij de administratieve verwerking het belangrijkste veld. |
| Opleiding en instelling | De volledige naam van de opleiding, niet de afkorting, en de instelling zoals die officiëel heet. |
| Begeleider en tweede lezer | Met titulatuur zoals die op de opleidingswebsite staat. Controleer de spelling; dit is een beleefdheidskwestie. |
| Opdrachtgever | Alleen bij een afstudeeronderzoek bij een organisatie: bedrijfsnaam, plaats en de naam van je bedrijfsbegeleider. |
| Plaats en datum | De inleverdatum van deze versie, niet de datum waarop je hem begon. |
| Versieaanduiding | Alleen bij een concept: “conceptversie” of “versie 2”. Haal dit weg bij de eindversie. |
Wat er meestal niet op hoort: een afbeelding of stockfoto, tenzij je opleiding er expliciet om vraagt, en het logo van de instelling. Veel hogescholen en universiteiten staan gebruik van hun logo op studentwerk niet toe, omdat het de indruk wekt dat de instelling de inhoud onderschrijft. Staat het logo in het sjabloon van je opleiding, dan mag het uiteraard wel.
Invulbaar voorbeeld
Twee varianten. Zet elk blok gecentreerd en houd ruime witruimte ertussen; de titelpagina krijgt geen paginanummer.
Hbo-afstudeeronderzoek
[Titel van het onderzoek]
[Ondertitel, indien van toepassing]Afstudeeronderzoek [aantal] EC
[Voornaam Achternaam]
Studentnummer [nummer]Opleiding [volledige naam]
[Naam hogeschool], [locatie]Begeleider: [titel en naam]
Tweede lezer: [titel en naam]
Opdrachtgever: [organisatie], [plaats]
Bedrijfsbegeleider: [naam][Plaats], [dag maand jaar]
Wo-masterscriptie
[Titel van de scriptie]
[Ondertitel, indien van toepassing]Masterscriptie [naam masterprogramma]
[Voornaam Achternaam]
Studentnummer [nummer][Faculteit]
[Naam universiteit]Begeleider: [titel en naam]
Tweede beoordelaar: [titel en naam][Plaats], [dag maand jaar]

De volgorde van het voorwerk
Na de titelpagina volgt het voorwerk, en die volgorde is in Nederland behoorlijk uniform. Tussen haakjes staat of het onderdeel meestal verplicht is.
- Titelpagina (verplicht) — geen paginanummer.
- Voorwoord (optioneel) — persoonlijk van toon, een half tot één bladzijde, met dank aan begeleiders en respondenten. Dit is de enige plek in je scriptie waar “ik” altijd mag.
- Samenvatting (meestal verplicht) — de héle scriptie inclusief de uitkomst, niet een inleiding; zie de gids over een samenvatting van je scriptie schrijven. Soms ook een Engelstalige abstract.
- Inhoudsopgave (verplicht) — automatisch gegenereerd, nooit met de hand getypt.
- Lijst van figuren en tabellen (soms) — alleen zinvol bij meer dan een handvol.
- Begrippenlijst of afkortingenlijst (soms) — vooral in techniek, zorg en recht.
Bij de paginanummering geldt de gangbare afspraak: het voorwerk krijgt Romeinse cijfers (i, ii, iii) of helemaal geen nummering, en de Arabische nummering begint op de eerste bladzijde van hoofdstuk 1. Hoe je dat met sectie-einden voor elkaar krijgt zonder je hele document te slopen, staat in de Word-gids.
Aan het eind van je scriptie volgt in deze volgorde: literatuurlijst, dan de bijlagen, elk met een eigen nummer en titel. De literatuurlijst begint op een nieuwe bladzijde en is alfabetisch; de regels staan in de complete gids voor APA 7-bronvermelding.

De opmaakbeslissingen die je moet opzoeken
Loop deze lijst langs met je scriptiehandleiding ernaast. Staat er niets over een punt, dan kies je zelf — en dan is consequent zijn het enige criterium.
- Marges. Kijk vooral of er een extra binnenmarge wordt gevraagd voor inbinden; dat wordt bijna altijd vergeten en kost een herdruk.
- Lettertype en -grootte. Kies één schreefloos of één schreeflettertype voor de lopende tekst en houd dat vol. Koppen mogen afwijken, mits via kopstijlen.
- Regelafstand. Vaak anderhalf voor de lopende tekst en enkel voor citaten, tabellen en de literatuurlijst.
- Uitlijning. Links uitgelijnd of uitgevuld. Uitvullen zonder automatisch afbreken geeft gaten in je regels; zet dan het afbreken aan.
- Kopnummering. Tot welk niveau wordt genummerd: 1.1, 1.1.1 of dieper. Meer dan drie niveaus wordt zelden gevraagd en is bijna nooit prettig lezen.
- Onderschriften. Tabeltitels staan boven de tabel, figuurtitels onder de figuur, beide doorlopend genummerd per soort.
- Bestandsformaat en bestandsnaam. Vrijwel altijd pdf, vaak met een voorgeschreven naamconventie. Lever nooit een Word-bestand in als er om pdf wordt gevraagd, want je opmaak verschuift op een andere computer.
Die laatste twee staan zelden in de handleiding maar wel in de mail van het scriptiebureau. Zoek die mail op vóór de inleverdag, niet erop. Dat je de juiste versie inlevert is een apart risico; wat daar misgaat en hoe je dat voorkomt staat in het artikel over versiebeheer en back-ups die wél werken.
Je voorwerk klopt in één keer
Tesify houdt de structuur van je scriptie bij terwijl je schrijft, zodat je inhoudsopgave, koppen en hoofdstuknummering aan het eind niet meer uit de pas lopen met wat er werkelijk in je document staat. Meer dan 9.000 studenten gebruikten Tesify voor ruim 15.000 hoofdstukken, en je schrijft elke zin nog steeds zelf.
De laatste controle voor je inlevert
Zeven punten, tien minuten werk, en ze vangen samen de meeste opmerkingen af die anders op je beoordelingsformulier belanden.
- Staat je studentnummer op de titelpagina?
- Klopt de datum met de inleverdatum van déze versie?
- Zijn de namen en titulatuur van begeleider en tweede lezer correct gespeld?
- Is de inhoudsopgave bijgewerkt ná je laatste wijziging?
- Komen de koppen in de inhoudsopgave letterlijk overeen met de koppen in de tekst?
- Begint de Arabische paginanummering op hoofdstuk 1?
- Staat het woord “concept” er nog ergens in?
Loop daarna nog de inhoudelijke controlelijst voor de laatste week langs in het artikel over je scriptie laten nakijken. Wil je zien hoe het voorwerk zich verhoudt tot de rest, bekijk dan het scriptievoorbeeld hoofdstuk voor hoofdstuk.
Veelgestelde vragen
Wat moet er op de titelpagina van een scriptie staan?
De titel, het type document, je naam en studentnummer, je opleiding en instelling, je begeleider en tweede lezer, eventueel de opdrachtgever, en de plaats en datum. Een logo of afbeelding hoort er meestal niet op, tenzij je opleiding een sjabloon aanlevert waarin dat al staat.
Krijgt de titelpagina een paginanummer?
Nee. De titelpagina blijft ongenummerd. Het voorwerk krijgt Romeinse cijfers of geen nummering, en de gewone nummering begint bij hoofdstuk 1.
Mag ik het logo van mijn hogeschool of universiteit gebruiken?
Alleen als je opleiding dat toestaat, bijvoorbeeld via een aangeleverd sjabloon. Veel instellingen staan het gebruik van hun logo op studentwerk niet toe. Vraag het na bij je scriptiebureau; het is een vraag van één mail.
Welke marges en welk lettertype moet ik gebruiken?
Wat jouw opleiding voorschrijft. Er is geen landelijke norm, en de APA-richtlijnen gaan over bronvermelding en niet over pagina-opmaak. Staat er niets over in je handleiding, kies dan zelf en houd het door de hele scriptie consequent.
Wat is het verschil tussen een voorwoord en een inleiding?
Het voorwoord gaat over jou en het proces: dankwoord, aanleiding om dit onderwerp te kiezen, hoe het ging. De inleiding gaat over het onderzoek en is hoofdstuk 1. Het voorwoord telt meestal niet mee voor je woordenaantal, de inleiding wel.
Is een voorwoord verplicht?
Meestal niet. Het is bij hbo-afstudeeronderzoeken gebruikelijker dan bij wo-scripties. Schrijf je er een, houd het dan kort en zakelijk-warm, en noem je respondenten en opdrachtgever.
Moet mijn samenvatting ook in het Engels?
Bij veel wo-opleidingen wordt naast de Nederlandse samenvatting een Engelstalige abstract gevraagd; bij hbo-opleidingen minder vaak. Het staat in je scriptiehandleiding, en ook of de abstract meetelt voor het woordenaantal.
Waar zet ik de lijst met figuren en tabellen?
Direct na de inhoudsopgave. Doe het alleen als je opleiding erom vraagt of als je meer dan ongeveer vijf figuren of tabellen hebt; bij minder is het overbodige bladvulling.
Moet ik mijn scriptie als pdf of als Word-bestand inleveren?
Vrijwel altijd als pdf, en vaak met een voorgeschreven bestandsnaam. Een pdf houdt je opmaak vast; een Word-bestand verschuift op een computer met andere lettertypen, wat in de beoordeling tegen je kan werken.
Hoeveel bladzijden mag het voorwerk zijn?
Vier tot acht is gebruikelijk. Het voorwerk telt normaal gesproken niet mee voor het woordenaantal van je scriptie; hoe dat totaal wordt geteld staat in het artikel over hoeveel woorden een bachelorscriptie moet zijn.
